ECLI:NL:HR:2007:BA1528

Hoge Raad

Datum uitspraak
27 april 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
R06/176HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 288 lid 2 FaillissementswetArt. 81 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
3 uitgaand · 4 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek schuldsaneringsregeling wegens niet te goeder trouw ontstaan van schulden

De schuldenaar heeft bij de rechtbank Breda verzocht om toepassing van de schuldsaneringsregeling op grond van artikel 288 lid 2 aanhef Pro en onder b van de Faillissementswet, omdat hij zijn schulden niet te goeder trouw zou hebben laten ontstaan. De rechtbank wees dit verzoek bij vonnis van 19 juni 2006 af. De schuldenaar ging hiertegen in hoger beroep bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch, dat het vonnis op 4 december 2006 bekrachtigde.

Vervolgens stelde de schuldenaar beroep in cassatie in bij de Hoge Raad. De Advocaat-Generaal adviseerde het cassatieberoep te verwerpen. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was omdat de klachten geen rechtsvragen opriepen die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

De Hoge Raad wees het beroep af en bevestigde daarmee de eerdere beslissingen van rechtbank en hof. Hiermee blijft het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wegens het niet te goeder trouw ontstaan van schulden definitief afgewezen.

Uitkomst: Het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt afgewezen wegens het niet te goeder trouw ontstaan van schulden.

Uitspraak

27 april 2007
Eerste Kamer
Rek.nr. R06/176HR
MK/AT
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Verzoeker],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. M.S.M. Dietz de Loos-Schrijver.
1. Het geding in feitelijke instanties
Bij verzoekschrift heeft verzoeker tot cassatie - verder te noemen: de schuldenaar - zich gewend tot de rechtbank Breda en verzocht op hem de schuldsaneringsregeling van toepassing te verklaren.
De rechtbank heeft bij vonnis van 19 juni 2006 het verzoek afgewezen.
Tegen dit vonnis heeft de schuldenaar hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch.
Bij arrest van 4 december 2006 heeft het hof het vonnis bekrachtigd.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft de schuldenaar beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, J.C. van Oven en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.B. Bakels op 27 april 2007.