Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2007:BA2012

Hoge Raad

Datum uitspraak
25 mei 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
C06/048HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:17 BWArt. 81 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt onderzoeksplicht bij professionele koper ondanks mededeling verkoper

Eisers, een vennootschap onder firma bestaande uit vier natuurlijke personen, vorderden van verweerders betaling van een bedrag wegens non-conformiteit van geleverde apparatuur en installaties. De rechtbank wees de vordering af, wat door het gerechtshof werd bekrachtigd. Tegen dit arrest werd cassatie ingesteld.

De kern van het geschil betrof de vraag of de onderzoeksplicht van een professionele koper jegens geleverde zaken kon vervallen door een mededeling van de verkoper. De Hoge Raad oordeelde dat de onderzoeksplicht niet vervalt door een dergelijke mededeling, conform artikel 7:17 BW Pro en artikel 81 RO Pro. De klachten van eisers konden geen cassatie leiden omdat zij geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling bevatten.

De Hoge Raad verwerpt het beroep en veroordeelt eisers in de kosten van het geding in cassatie. Het arrest bevestigt de strikte toepassing van de onderzoeksplicht bij professionele kopers en benadrukt het belang van deze plicht in het kader van kooprecht en non-conformiteit.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en eisers worden veroordeeld in de kosten.

Uitspraak

25 mei 2007
Eerste Kamer
Nr. C06/048HR
RM/AT
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
1. [Eiser 1],
2. [Eiser 2],
3. [Eiser 3],
4. [Eiser 4],
allen wonende te [woonplaats],
tezamen vormend de vennootschap onder firma [A],
EISERS tot cassatie,
advocaat: mr. P.J.L.J. Duijsens,
t e g e n
1. [Verweerder 1],
wonende te [woonplaats],
2. [Verweerder 2],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDERS in cassatie,
advocaat: mr. R.F. Thunnissen.
1. Het geding in feitelijke instanties
Eisers tot cassatie - verder te noemen: [eiser] c.s. - hebben verweerders in cassatie - verder te noemen: [verweerder] c.s. - gedagvaard voor de rechtbank te 's-Gravenhage en na eiswijziging gevorderd [verweerder] c.s. te veroordelen tot betaling van een bedrag van ƒ 57.970,31, te vermeerderen met de wettelijke rente en kosten.
[Verweerder] c.s. hebben de vordering bestreden.
De rechtbank heeft bij vonnis van 27 oktober 1999 de vordering afgewezen.
Tegen dit vonnis hebben [eiser] c.s. hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Gravenhage.
Bij arrest van 11 november 2005 heeft het hof het vonnis van de rechtbank bekrachtigd.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof hebben [eiser] c.s. beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
[Verweerder] c.s. hebben geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Wuisman strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] c.s. begroot op € 861,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president D.H. Beukenhorst als voorzitter en de raadsheren E.J. Numann, A. Hammerstein, J.C. van Oven en F.B. Bakels, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 25 mei 2007.