ECLI:NL:HR:2007:BA2104
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J.M. Corstens
- J.P. Balkema
- A.J.A. van Dorst
- J.W. Ilsink
- W.M.E. Thomassen
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor doodslag en medeplegen van lijkverbergen na mishandeling en opsluiting kind
De verdachte werd veroordeeld voor doodslag op haar dochter, medeplegen van het verbergen en wegvoeren van het lijk, en meermalen wederrechtelijke vrijheidsberoving. Zij had haar kind onder meer opgesloten in een kastje met een hangslot en mishandeld door een washandje in de mond te stoppen en het hoofd met verband te omwikkelen, wat leidde tot overlijden.
Bewijs bestond uit politieverklaringen, sectierapporten van het NFI en deskundigenrapporten die stelden dat het gecombineerde gebruik van knevel en washandje de doodsoorzaak was, mede door ondervoeding en verkoudheid. De verdachte erkende de handelingen maar ontkende doodslag, stelde dat zij de dood niet wilde en probeerde te reanimeren.
Het hof oordeelde dat de verdachte voorwaardelijk opzet had omdat zij de aanmerkelijke kans op overlijden aanvaardde gezien de levensbedreigende situatie. Het verzoek om een second opinion over het PBC-rapport werd afgewezen wegens onvoldoende gronden. De Hoge Raad vernietigde het arrest alleen voor de strafduur en verminderde deze wegens overschrijding van de redelijke termijn tot vijf jaar en elf maanden gevangenisstraf, bevestigde verder het oordeel over het opzet en verwierp de overige middelen.
Uitkomst: De gevangenisstraf is verminderd tot vijf jaar en elf maanden; overige veroordelingen blijven in stand.