ECLI:NL:PHR:2007:BA2104
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken van voorwaardelijk opzet bij doodslag op kind met washandje en knevel
De zaak betreft de dood van een kind door toedoen van de verdachte, waarbij zij een washandje in de mond van het kind stopte en dit met verband vastzette, gecombineerd met het omwikkelen van het hoofd. Het hof stelde vast dat verdachte willens en wetens de aanmerkelijke kans aanvaardde dat het kind hierdoor zou overlijden en veroordeelde haar tot gevangenisstraf met TBS.
Verdachte stelde in cassatie dat er geen sprake was van voorwaardelijk opzet omdat de kans op overlijden niet aanmerkelijk was en zij geen wetenschap had van die kans, mede door haar ernstige borderline persoonlijkheidsstoornis. Tevens verzocht zij om een second opinion over het psychiatrisch rapport van het Pieter Baan Centrum, wat werd afgewezen.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof niet onbegrijpelijk had geoordeeld dat verdachte de aanmerkelijke kans op overlijden aanvaardde, ondanks haar stoornis en reanimatiepogingen. Het hof had bovendien terecht het verzoek om een second opinion afgewezen, omdat het verzoek te laat was gedaan en onvoldoende noodzaak was aangetoond. De middelen van cassatie faalden en het arrest werd bevestigd.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld wegens doodslag met voorwaardelijk opzet en TBS met dwangverpleging; verzoek second opinion is afgewezen.