ECLI:NL:HR:2007:BA2803
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- L. Monné
- C.J.J. van Maanen
- J.W.M. Tijnagel
- A.H.T. Heisterkamp
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en verwijzing in cassatie over toepassing maatschapscriterium bij commanditaire vennootschap in overdrachtsbelasting
Belanghebbende kreeg een naheffingsaanslag overdrachtsbelasting opgelegd, die na bezwaar werd verminderd maar door het Hof Amsterdam ongegrond werd verklaard in beroep. De Hoge Raad onderzocht of het Hof terecht had geoordeeld dat de overeenkomst tot het aangaan van een commanditaire vennootschap niet gericht was op actieve samenwerking in het economische verkeer, hetgeen bepalend is voor het maatschapscriterium in de Wet op belastingen van rechtsverkeer.
De Hoge Raad oordeelde dat het Hof terecht een materiële toetsing toepaste en dat het oordeel dat geen sprake was van actieve samenwerking niet onbegrijpelijk was. Wel stelde de Hoge Raad vast dat het Hof onvoldoende had gemotiveerd waarom het eerdere oordeel over de werkinstructie van de Inspecteur achterwege kon blijven, terwijl deze instructie relevant was voor de uitleg van het maatschapscriterium.
Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest van het Hof Amsterdam en verwees de zaak naar het Hof te 's-Gravenhage voor verdere behandeling, met inachtneming van de motieven uit dit arrest. Tevens werd de Staatssecretaris van Financiën veroordeeld in de proceskosten en werd belanghebbende het griffierecht vergoed.
Uitkomst: Het arrest van het Hof Amsterdam wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen naar het Hof te 's-Gravenhage voor verdere behandeling.