ECLI:NL:HR:2007:BA3529
Hoge Raad
- Cassatie
- D.H. Beukenhorst
- E.J. Numann
- A. Hammerstein
- J.C. van Oven
- W.D.H. Asser
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt recht op inzage en afschriften van persoonsgegevens bij bank
In deze zaak verzochten voormalige cliënten van de Hollandsche Bank-Unie (HBU) op grond van artikel 46 lid 1 Wbp Pro inzage en afschriften van alle persoonsgegevens die de bank van hen had verwerkt, waaronder cliëntenprofielen, kredietwaardigheidsinventarisaties, interne fiatteringsstukken, bandopnames en schriftelijke uitwerkingen van telefoongesprekken.
De rechtbank wees het verzoek tot afschriften af, maar beval een schriftelijk overzicht te verstrekken. Het hof vernietigde deze beschikking en beval HBU om afschriften te verstrekken en informatie te geven over het bestaan van bandopnames en schriftelijke uitwerkingen. HBU stelde beroep in cassatie in tegen deze beslissingen.
De Hoge Raad oordeelde dat de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) en de relevante Europese richtlijn een ruime uitleg van het inzagerecht vereisen. Een betrokkene heeft recht op een volledig overzicht van zijn persoonsgegevens en dit kan in beginsel alleen worden verkregen door verstrekking van afschriften of kopieën. De bank kon niet aannemelijk maken dat het verstrekken van afschriften of bandopnames disproportioneel was. Ook werd geoordeeld dat het inzagerecht niet beperkt mag worden door het procesrechtelijke artikel 843a Rv. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde het oordeel van het hof.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde het recht van de betrokkene op inzage en afschriften van persoonsgegevens door de bank.