ECLI:NL:HR:2007:BA4678
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- L. Monné
- C. Schaap
- J.W.M. Tijnagel
- A.H.T. Heisterkamp
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en verwijzing inzake afschrijving monumentenpand in inkomstenbelasting 2001
Belanghebbende kocht in 2000 een monumentenwoning uit 1767 en nam in de aangifte inkomstenbelasting 2001 een afschrijving op de opstal van 3% van de aanschafprijs in aanmerking. De Inspecteur corrigeerde deze afschrijving fors naar beneden. Het Hof Leeuwarden vernietigde het bezwaar van belanghebbende en stelde de afschrijving vast op basis van een bouwkundige levensduur van 50 jaar met een restwaarde nihil, wat leidde tot een lagere afschrijving dan door belanghebbende opgegeven.
De Minister van Financiën stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het Hof. De Hoge Raad oordeelde dat het Hof onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de bijzondere positie van monumentenpanden, met het oog op instandhouding en de lange bestaansduur van de woning, geen invloed heeft op de bouwkundige levensduur van de opstal. Hierdoor is het oordeel van het Hof onvoldoende gemotiveerd.
De Hoge Raad verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het arrest van het Hof Leeuwarden, behoudens de beslissing over griffierecht, en verwees de zaak naar het Gerechtshof Arnhem voor verdere behandeling en beslissing. De Hoge Raad wees tevens op het belang van een juiste motivering bij de schatting van de afschrijvingstermijn van monumentenpanden.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt arrest Hof Leeuwarden wegens onvoldoende motivering en verwijst zaak naar Gerechtshof Arnhem.