ECLI:NL:RBBRE:2011:BQ5241
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toepassing bedrijfsopvolgingsregeling bij gefaseerde kwijtschelding van koopsom onderneming
Belanghebbende kocht de onderneming van zijn ouders waarbij in de leveringsakte een eerste kwijtschelding van €100.000 direct werd vastgelegd en een tweede kwijtschelding van €100.000 gepland was voor een later tijdstip. De tweede kwijtschelding vond plaats in januari 2008. Belanghebbende deed aangifte voor het recht van schenking met een beroep op de bedrijfsopvolgingsregeling.
De inspecteur stelde de aanslag vast zonder toepassing van de bedrijfsopvolgingsregeling. De rechtbank oordeelde dat de bedrijfsopvolgingsregeling alleen van toepassing is op de eerste kwijtschelding die direct volgt op de overdracht en niet op latere gefaseerde kwijtscheldingen. Het arrest van de Hoge Raad uit 2007, waarop belanghebbende zich beroept, betrof de oude regeling in de Invorderingswet en is achterhaald door nieuw beleid en besluiten.
De rechtbank baseert zich op de tekst van de Successiewet en beleidsbesluiten van de staatssecretaris, waarin is bepaald dat bij gefaseerde kwijtschelding alleen de eerste kwijtschelding voor toepassing van de regeling in aanmerking komt. De tweede kwijtschelding is daarom geen verkrijging van ondernemingsvermogen in de zin van de bedrijfsopvolgingsregeling. Het beroep van belanghebbende is ongegrond verklaard.
Uitkomst: De bedrijfsopvolgingsregeling is niet van toepassing op de tweede gefaseerde kwijtschelding van de koopsom in januari 2008.