ECLI:NL:HR:2007:BA5806

Hoge Raad

Datum uitspraak
29 juni 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
R06/151HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 21 FaillissementswetArt. 447 RvArt. 81 RO
Verwijzingen
5 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek failliet om verkoop persoonlijke gereedschappen te verbieden

De vennootschap onder firma en haar vennoten werden failliet verklaard door de rechtbank Zwolle-Lelystad. De curator werd benoemd om het faillissement af te wikkelen. De gefailleerden verzochten de rechter-commissaris om de curator te verbieden hun persoonlijke gereedschappen, die in beslag waren genomen, te verkopen en deze gereedschappen aan een vennoot te overhandigen.

De curator bestreed dit verzoek, waarop de rechter-commissaris het verzoek afwees. De gefailleerden gingen in hoger beroep bij de rechtbank, die de beslissing van de rechter-commissaris bekrachtigde en het verzoek eveneens afwees. Vervolgens werd cassatie ingesteld bij de Hoge Raad.

De Hoge Raad oordeelde dat de klachten van de gefailleerden niet tot cassatie konden leiden en dat er geen noodzaak was tot nadere motivering, mede gezien de toepasselijkheid van art. 21 Faillissementswet Pro en art. 447 Rv Pro. Het beroep werd verworpen, waarmee de verkoop van de gereedschappen door de curator werd bevestigd.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de gefailleerden wordt verworpen en de verkoop van de persoonlijke gereedschappen door de curator bevestigd.

Uitspraak

29 juni 2007
Eerste Kamer
Rek.nr. R06/151HR
RM
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
1. [Verzoekster 1],
gevestigd te [vestigingsplaats],
2. [Verzoeker 2],
3. [Verzoeker 3],
beiden wonende te [woonplaats],
VERZOEKERS tot cassatie,
advocaat: mr. J. Brandt,
t e g e n
Mr. Thi Ly Phuong NGUYEN, in haar hoedanigheid van curator in het faillissement van de vennootschap onder firma [verzoekster 1] en haar vennoten [verzoeker 2], [verzoeker 3] en [betrokkene 1],
kantoorhoudende te Lelystad,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. P.J.M. von Schmidt auf Altenstadt
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [verzoeker] c.s. en de curator.
1. Het geding in feitelijke instanties
Bij vonnissen van de rechtbank Zwolle-Lelystad van 2 november 2005 zijn [verzoekster 1] en haar vennoten in staat van faillissement verklaard, met benoeming van verweerster in cassatie tot curator en een rechter-commissaris.
Op 26 april 2006 hebben [verzoeker] c.s. zich tot de rechter-commissaris gewend met het verzoek bij beschikking, voorzover de wet dit toelaat uitvoer bij voorraad, de curator te verbieden de in beslag genomen gereedschappen te verkopen en de curator te gebieden de gereedschappen ter hand te stellen aan de vennoot [verzoeker 2].
De curator heeft het verzoek bestreden.
De rechter-commissaris heeft bij beschikking van 21 juni 2006 het gevraagde afgewezen.
Tegen deze beschikking hebben [verzoeker] c.s. hoger beroep ingesteld bij de rechtbank te Zwolle-Lelystad.
Bij beschikking van 26 oktober 2006 heeft de rechtbank de beschikking van de rechter-commissaris bekrachtigd en het verzoek van [verzoeker] c.s. afgewezen.
De beschikking van de rechtbank is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van de rechtbank hebben [verzoeker] c.s. beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De curator heeft een verweerschrift ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot niet-ontvankelijkheid van [verzoekster 1] en voor het overige tot verwerping van het cassatieverzoek.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. Van Buchem-Spapens, als voorzitter, A. Hammerstein en F.B. Bakels, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 29 juni 2007.