ECLI:NL:HR:2007:BA5844
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- J.P. Balkema
- J. de Hullu
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt arrest wegens verjaring vervolging overtreding betreden militair terrein
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch, waarbij de verdachte in hoger beroep niet-ontvankelijk werd verklaard voor een overtreding van het betreden van terrein van de Koninklijke Luchtmacht zonder toestemming. De verdachte, tevens advocaat, stelde diverse middelen van cassatie voor, die de Hoge Raad grotendeels niet-ontvankelijk verklaarde omdat zij herhalingen van eerdere betogen waren en onvoldoende duidelijk maakten dat het hof het recht had geschonden.
De kern van de zaak betrof de vraag of de vervolging wegens het onder 2 tenlastegelegde feit, gepleegd op of omstreeks 1 oktober 2000, nog mogelijk was gezien de verjaringstermijn. De Hoge Raad oordeelde dat op grond van artikel 72, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, zoals dat gold van 1 januari 2006 tot 7 juli 2006, de verjaringstermijn in dit geval maximaal twee maal twee jaar bedroeg. Hierdoor was het recht tot strafvervolging voor dit feit vervallen.
De Hoge Raad vernietigde het bestreden arrest uitsluitend voor zover het betrekking had op de niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in hoger beroep voor dit feit en verklaarde het Openbaar Ministerie alsnog niet-ontvankelijk in de vervolging wegens verjaring. Voor het overige werd het cassatieberoep verworpen. De uitspraak werd gewezen door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad op 4 september 2007.
Uitkomst: De vervolging voor het betreden van militair terrein is niet-ontvankelijk verklaard wegens verjaring.