ECLI:NL:HR:2007:BA6415
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- L. Monné
- A.H.T. Heisterkamp
- Rechtspraak.nl
Beperking verrekening dividendbelasting voor partieel buitenlandse belastingplichtigen bevestigd
Belanghebbende, die sinds 1994 in Nederland woont en werkt, had voor het jaar 2002 gekozen voor de toepassing van de regels voor buitenlandse belastingplichtigen bij de inkomstenbelasting. Hij verzocht om verrekening van €31.007 aan dividendbelasting, waarvan de Inspecteur slechts €30.229 verrekende, omdat de resterende €778 na 22 juli 2002 was ingehouden.
Het Hof oordeelde dat deze €778 terecht niet als voorheffing in aanmerking was genomen, omdat volgens artikel 9.2 lid 7 Wet IB 2001 de beperking van de verrekening van dividendbelasting ook geldt voor buitenlandse belastingplichtigen en de geheven dividendbelasting geen betrekking had op bestanddelen van het verzamelinkomen.
Belanghebbende stelde hiertegen beroep in cassatie in, maar de Hoge Raad verklaarde het beroep ongegrond. De Hoge Raad bevestigde dat de wettelijke regeling op belanghebbende van toepassing was en dat het oordeel van het Hof correct was. Er werden geen proceskosten aan belanghebbende opgelegd.
Uitkomst: Het beroep in cassatie van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de beperking van de verrekening van dividendbelasting voor partieel buitenlandse belastingplichtigen bevestigd.