ECLI:NL:HR:2007:BA6762

Hoge Raad

Datum uitspraak
5 oktober 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
C06/167HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:625 BWArt. 7:680a BWArt. 81 RO
Verwijzingen
5 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Nietigheid opzegging arbeidsovereenkomst en loondoorbetaling

Eiser heeft Corio gedagvaard wegens de opzegging van zijn arbeidsovereenkomst per 11 juli 2003, die hij nietig achtte. Hij vorderde loondoorbetaling inclusief vakantietoeslag en emolumenten over de periode vanaf de opzegging. De kantonrechter wees de vordering af, maar het gerechtshof vernietigde dit en verklaarde de opzegging nietig. Corio werd veroordeeld tot betaling van het salaris over de periode 11 juli tot 11 oktober 2003.

Eiser stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het hof. De Hoge Raad oordeelde dat de klachten van eiser niet tot cassatie konden leiden en verwierp het beroep. De Hoge Raad bevestigde daarmee de nietigheid van de opzegging en de veroordeling tot loondoorbetaling.

De Hoge Raad veroordeelde eiser tevens in de kosten van het cassatiegeding. De uitspraak onderstreept de matigingsbevoegdheid van de rechter bij loondoorbetaling ex art. 7:680a BW en bevestigt het belang van rechtszekerheid bij beëindiging van arbeidsovereenkomsten.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt het arrest dat de opzegging nietig verklaart en loondoorbetaling oplegt.

Uitspraak

5 oktober 2007
Eerste Kamer
Nr. C06/167HR
MK/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. R.T.R.F. Carli,
t e g e n
CORIO N.V.,
gevestigd te Utrecht,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. S.F. Sagel.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en Corio.
1. Het geding in feitelijke instanties
[Eiser] heeft bij exploot van 14 juni 2004 Corio gedagvaard voor de rechtbank, sector kanton, Utrecht en gevorderd, kort gezegd, te verklaren voor recht dat de op 11 juli 2003 aan [eiser] gedane opzegging van de arbeidsovereenkomst nietig is, Corio te veroordelen vanaf deze datum aan [eiser] het salaris met vakantietoeslag en de overeengekomen emolumenten te betalen, alsmede de wettelijke verhoging op grond van art. 7:625 BW Pro en tevens Corio te veroordelen [eiser] toe te laten tot het verrichten van de overeengekomen werkzaamheden, op straffe van verbeurte van een dwangsom, met rente en kosten.
Corio heeft de vordering bestreden.
De kantonrechter heeft bij vonnis van 2 februari 2005 de vordering afgewezen.
Tegen dit vonnis heeft [eiser] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam.
Bij arrest van 19 januari 2006 heeft het hof het vonnis van de kantonrechter vernietigd en, opnieuw rechtdoende, voor recht verklaard dat de door Corio op 11 juli 2003 aan [eiser] gedane opzegging nietig is en Corio veroordeeld om aan [eiser] over de periode 11 juli 2003 tot 11 oktober 2003 te betalen het salaris met vakantietoeslag en de overeengekomen emolumenten.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Corio heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, voor Corio mede door mr. M.B. Kerkhof, advocaat bij de Hoge Raad.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Strikwerda strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Corio begroot op € 367,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, A. Hammerstein en F.B. Bakels, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.B. Bakels op 5 oktober 2007.