Conclusie
NJ2014/498. Aan de orde is of het Gemeenschappelijk Hof van Justitie in de procedure na cassatie en verwijzing bij zijn beslissing om, na een nietig ontslag op staande voet, de vordering van werknemer tot doorbetaling van loon te matigen, de juiste maatstaf heeft gehanteerd en of het zijn beslissing toereikend heeft gemotiveerd.
1.Feiten
that on October 17, 2010, you [[verzoeker]] had pushed and/or kicked a female colleague. According to you, there had indeed been a violent incident but you were the victim in this incident since, according to your statement, the female colleague had tried to choke you.
2.Procesverloop
5.1. Hyatt’s hoger beroep is gegrond. Met voldoende zekerheid staat vast dat:
in het ‘backstation’ van het Picollorestaurant waarop zicht was vanuit het gedeelte waartoe de gasten toegang hebben, een handgemeen plaats vond tussen [verzoeker] en [betrokkene 1] met wie [verzoeker] een affectieve relatie heeft gehad en met wie hij een kind heeft,
[betrokkene 1] hierbij een bloedneus heeft opgelopen,
[betrokkene 1] is komen te vallen, en
[verzoeker] op het punt stond te schoppen maar daarvan door een collega ([betrokkene 2]) is weerhouden.
vanaf 27 oktober 2010 tot 1 april 2012, vermeerderd met de wettelijke rente en de wettelijke verhoging krachtens art. 7A:1614q BW. Voor het overige heeft het Hof de bestreden beschikking van het GEA bevestigd. De beschikking van het Hof is uitvoerbaar bij voorraad verklaard. [9]
3.Bespreking van het cassatiemiddel
[.../...]heeft de Hoge Raad de thans geldende loonmatigingsleer als volgt samengevat: [15]
vernietigbaarheid van de opzegging van de arbeidsovereenkomst.Voor buiten de in dat artikel bedoelde gevallen heeft de Hoge Raad loonmatiging aanvaard op grond van de derogerende werking van de redelijkheid en billijkheid (art. 6:248 lid 2 BW Pro). [16] Bij matiging op grond van art. 6:248 lid 2 BW Pro dient de rechter dezelfde maatstaven te hanteren als in de rechtspraak voor de toepassing van art. 7:680a BW zijn ontwikkeld. [17] Met de inwerkingtreding van de Wet werk en zekerheid per 1 juli 2015 is art. 7:680a BW (uiteindelijk) [18] ongewijzigd gehandhaafd. [19]
wetgeving. [24] In 1997 heeft de Hoge Raad echter aanvaard dat het concordantiebeginsel ook geldt voor de
rechtspraak. [25] Volgens de Hoge Raad ligt het beginsel van concordantie van rechtspraak ten grondslag aan art. 23 lid 1 van Pro het Statuut, in verbinding met (thans) art. 1 van Pro de Rijkswet rechtsmacht Hoge Raad voor Aruba, Curaçao, Sint Maarten en voor Bonaire, Sint Eustatius en Saba (de Cassatieregeling), dat zijn rechtsmacht in onder meer Arubaanse zaken regelt. [26] Lewin heeft het beginsel van concordantie van rechtspraak als volgt samengevat: [27]
] Nederlandse Antillen en Aruba overeen, indien en voor zover dat voortvloeit uit de concordantie van de regelingen waarop zij zijn gebaseerd.”
] Nederlandse Antillen en Aruba, tenzij er een relevant verschil bestaat tussen de maatschappelijke opvattingen in Nederland, de [voormalige; A-G
] Nederlandse Antillen en Aruba.”
onaanvaardbare gevolgenzou leiden. Zoals vermeld, dient de rechter bij zijn oordeel in hoeverre aan dit vereiste is voldaan, een mate
terughoudendheidte betrachten die met deze maatstaf strookt, en daarvan in zijn motivering dient te doen blijken. Bij zijn beslissing om tot matiging over te gaan, is de rechter gehouden om
alle bijzondere omstandigheden van het gevalin aanmerking te nemen.
extramotiveringsplicht dat de rechter in zijn motivering tot uitdrukking dient te brengen dat hij bij het uitoefenen van zijn discretionaire bevoegdheid de vereiste mate van
terughoudendheidheeft betracht. [37] Anders dan het cassatiemiddel onder 2.3 (achter 4e), 2.4 (laatste alinea), I.1 (tweede en derde alinea), I.1.1 en I.2 kennelijk veronderstelt, kan uit rechtspraak van de Hoge Raad echter
nietworden afgeleid dat de rechter ook gehouden is om in de motivering van zijn beslissing om tot loonmatiging over te gaan álle (relevante) omstandigheden van het geval uitdrukkelijk en afzonderlijk te benoemen en behandelen. [38] Alleen de omstandigheden die de grondslag voor de matiging vormen dienen duidelijk in het vonnis te worden opgenomen. [39]
alledoor partijen aangedragen stellingen in te gaan. [43]
onder 2.3, laatste alinea, p. 5, lijkt te veronderstellen, is het niet zo dat deze omstandigheid een
voorwaardeis voor matiging van een loonvordering. Een zodanige wanverhouding kan weliswaar (mede) reden zijn voor matiging, maar de opvatting dat matiging pas aan de orde kan zijn indien sprake is van een wanverhouding, vindt geen steun in het recht. Ook indien géén sprake is van een wanverhouding kunnen andere bijzondere omstandigheden van het geval dus meebrengen dat volledige toewijzing van de loonvordering tot onaanvaardbare gevolgen zou leiden. [51]
onaanvaardbare gevolgenzou leiden; dat (ii) het bij zijn oordeel in hoeverre aan dit vereiste is voldaan een mate van
terughoudendheidte dient betrachten en daarvan in zijn motivering moet doen blijken en dat (iii) het Hof – indien het tot matiging van de loonvordering wil overgaan – gehouden is
alle bijzonderheden van het gevalin aanmerking te nemen. Daarmee heeft het Hof dus de juiste maatstaf vooropgesteld. ’s Hofs oordeel wordt in zoverre in cassatie ook niet bestreden. [55]
- i) [verzoeker] niet heeft betwist dat hij sinds oktober 2011 in dienst is van Divi Aruba Beach Resorts;
- ii) hij sinds oktober 2011 feitelijk niet meer in de gelegenheid is om terug te keren bij Hyatt;
- iii) [verzoeker] niet heeft betwist dat hij niet wil terugkeren in zijn oude baan bij Hyatt;
- iv) gesteld noch gebleken is dat zijn salaris bij zijn nieuwe werkgever lager is dan dat bij Hyatt;
- v) dat doorbetaling van het loon in de periode waarin [verzoeker] een nieuwe baan had op zichzelf nog niet leidt tot een
kanen
wilterugkeren bij Hyatt en dat gesteld noch gebleken is dat hij bij zijn nieuwe werkgever een lager salaris geniet.
onder I.1– en nader uitgewerkt
onder I.1.1 t/m I.1.3– komen in de kern erop neer dat het Hof de regels uit de loonmatigingsleer van de Hoge Raad heeft miskend, althans een onbegrijpelijk oordeel heeft gegeven, door bij zijn matigingsoordeel doorslaggevende betekenis toe te kennen aan de hiervoor onder (i) tot en met (v) genoemde omstandigheden, zonder daarbij óók – kenbaar – rekening te houden met de onder I.1.1 en I.1.2 genoemde, door [verzoeker] in hoger beroep aangevoerde, (relevante) omstandigheden dat:
onder (a) en (e)genoemde omstandigheden komen erop neer dat [verzoeker] ten onrechte op staande voet is ontslagen en dat Hyatt de arbeidsovereenkomst (dus) nimmer rechtsgeldig heeft beëindigd. Dat het Hof deze omstandigheden wel degelijk in zijn beoordeling heeft betrokken, blijkt allereerst uit rov. 2.15-2.18, waar het Hof tot de conclusie is gekomen dat er geen sprake was van een dringende reden voor ontslag op staande voet van [verzoeker] en dat dit ontslag dus nietig is. Het nietige ontslag en het (daardoor) onverminderd voortduren van de arbeidsovereenkomst, is ook de reden dat het Hof in rov. 2.20-2.21 is toegekomen aan een beoordeling van de grief van Hyatt tegen het oordeel van het GEA dat de loonvordering van [verzoeker] integraal toewijsbaar is. Op te merken is verder dat ook in ’s Hofs oordeel dat het enkele feit dat [verzoeker] vanaf oktober 2011 een nieuwe baan had niet voldoende is om
vanaf dat momentde loonvordering te matigen, besloten ligt dat (de gevolgen van) het nietige ontslag op staande voet – in ieder geval tot op zekere hoogte – voor rekening en risico van Hyatt dient te komen. Tot een nadere motivering was het Hof hier niet gehouden, temeer nu [verzoeker] niet nader heeft uitgewerkt op welke wijze de onder (a) en (e) genoemde omstandigheden zouden moeten doorwerken in het kader van de loonmatiging.
onder (b)genoemde omstandigheid dat [verzoeker] 18 jaar bij Hyatt gewerkt heeft zonder enig incident en dat Hyatt heeft nagelaten zoals een goed werkgever in deze een belangenafweging te maken, heeft het Hof kennelijk (impliciet) meegewogen door te beslissen dat Hyatt aan [verzoeker], ondanks het feit dat hij vanaf oktober 2011 een andere baan had gevonden, toch nog een half jaar lang het loon moet doorbetalen, vermeerderd met de wettelijke rente en de wettelijke verhoging. In dit oordeel ligt besloten dat het nietige ontslag op staande voet volgens het Hof voor rekening en risico van Hyatt dient te komen. Overigens geldt ook hier dat het Hof niet gehouden was tot een nadere motivering, omdat [verzoeker] niet heeft uitgewerkt tot welke ‘belangenafweging’ het Hof precies had moeten komen en welk gewicht het in dit verband aan zijn dienstverband van 18 jaar had moeten toekennen.
onder (c)genoemde omstandigheid, het nalaten van Hyatt om een ontbindingsprocedure voor zover vereist te starten, één van de omstandigheden is die moeten worden meegewogen bij de beantwoording van de vraag of het volledig toewijzen van de loonvordering tot onaanvaardbare gevolgen zou leiden. [61] Met het oordeel dat de loonvordering van [verzoeker] pas een half jaar nadat [verzoeker] een nieuwe baan heeft gevonden, kan worden gematigd, heeft het Hof dát nalaten echter volledig voor rekening van Hyatt gebracht. Zij dient het loon (vermeerderd met de wettelijke rente en de wettelijke verhoging) immers bijna 1,5 jaar aan [verzoeker] door te betalen. Dat is aanzienlijk langer dan wanneer Hyatt een voorwaardelijk verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst zou hebben ingediend en het GEA dit verzoek zou hebben toegewezen; in dat geval had Hyatt immers slechts tot de ontbindingsdatum (doorgaans enkele maanden) het loon moeten doorbetalen.
onder (d)genoemde omstandigheid dat [verzoeker] gedurende meer dan een jaar na het gegeven ontslag op staande voet geen werk heeft kunnen vinden, terwijl zijn vaste lasten wel doorliepen en hij door toedoen van Hyatt veel ellende heeft moeten meemaken, terwijl hij daar niet om heeft gevraagd, heeft het Hof kenbaar in zijn beoordeling betrokken. Het Hof heeft de loonvordering immers toegewezen vanaf 27 oktober 2010 (de datum van het nietige ontslag op staande voet) tot en met 1 april 2012 (een half jaar nadat [verzoeker] nieuw werk had gevonden en weer salaris ontving). De loonvordering is door het Hof dus toegewezen over een langere periode dan de door [verzoeker] gestelde periode dat hij geen werk kon vinden. In dit oordeel ligt, zoals gezegd, compensatie en genoegdoening voor (de gevolgen van) het nietige ontslag op staande voet besloten.
terughoudendheidin acht heeft genomen en dit in zijn motivering tot uitdrukking heeft gebracht, blijkt met name uit zijn overweging dat doorbetaling van het loon in de periode waarin [verzoeker] een nieuwe baan had
op zichzelfonvoldoende is voor matiging, maar dat toewijzing van de loonvordering wel tot onaanvaardbare gevolgen zou leiden naarmate deze situatie langer voortduurt, waarbij het ‘omslagpunt’ in dit geval bij zes maanden ligt. Door aldus te oordelen heeft het Hof de gevolgen van het nietige ontslag op staande voet tot 1 april 2012 grotendeels voor rekening Hyatt gebracht en bovendien aan [verzoeker] enige compensatie/genoegdoening geboden. Onjuist of onbegrijpelijk is dit oordeel niet.
ten eersteheeft miskend dat uit de rechtspraak van de Hoge Raad volgt dat die omstandigheden van belang kunnen zijn voor de vraag of en zo ja in hoeverre de loondoorbetaling kan worden gematigd.
Ten tweedezou het Hof hebben miskend dat het op grond van de loonmatigingsleer gehouden is om terughoudendheid te betrachten bij zijn matigingsoordeel én daarvan in zijn motivering te doen blijken, waarbij het rekening moet houden met alle omstandigheden van het geval en daarvan dus óók in zijn motivering moet doen blijken.
onder I.3tegen de conclusie in rov. 2.21 dat de grief van Hyatt slaagt, alsmede tegen de conclusie in rov. 2.21 dat een loondoorbetaling ná zes maanden na indiensttreding van [verzoeker] bij Divi Aruba Beach Resorts voor Hyatt onaanvaardbaar zal zijn, zodat het hof aanleiding ziet de loonvordering in die zin te matigen dat Hyatt het loon over de periode 27 oktober 2010 tot en met 1 april 2012 aan [verzoeker] moet doorbetalen, vermeerderd met de wettelijke rente en de wettelijke verhoging.
onder I.4tegen het dictum van de bestreden beschikking, faalt eveneens.