ECLI:NL:HR:2007:BA9177
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- J.P. Balkema
- J. de Hullu
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en terugwijzing wegens onvoldoende motivering bewezenverklaring medeplegen verkrachting
In deze strafzaak stond de verdachte terecht voor medeplegen van meervoudige verkrachting van een slachtoffer in de periode november 2003 tot april 2004. Het hof had de verdachte veroordeeld op basis van feitelijkheden die dwang tot seksuele handelingen zouden aantonen, waaronder het geven van alcohol, het blinddoeken van het slachtoffer en het opleggen van gedragsregels.
De verdachte erkende de seksuele handelingen, maar betwistte de aanwezigheid van dwang en stelde dat het slachtoffer vrijwillig handelde, mede door een list en voodoo-achtige handelingen. Het hof baseerde zich op verklaringen van het slachtoffer, de verdachte en getuigen, maar gaf onvoldoende motivering waarom uit deze bewijzen dwang kon worden afgeleid.
De Hoge Raad stelt dat dwang alleen kan worden aangenomen indien de verdachte opzettelijk door feitelijkheden het slachtoffer tot het ondergaan van seksuele handelingen tegen diens wil heeft gedwongen. De bewezenverklaring van het hof voldoet hier niet aan en is onvoldoende gemotiveerd, zeker gelet op het verweer van de verdachte.
Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest voor zover het betrekking heeft op de bewezenverklaring en strafoplegging van het medeplegen van verkrachting en wijst de zaak terug naar het hof voor hernieuwde berechting. Het beroep wordt voor het overige verworpen. Tevens wordt opgemerkt dat de redelijke termijn is overschreden, wat bij de strafoplegging in aanmerking moet worden genomen.
Uitkomst: Het arrest wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde beoordeling wegens onvoldoende motivering van de bewezenverklaring omtrent dwang.