ECLI:NL:HR:2007:BB0414
Hoge Raad
- Cassatie
- D.G. van Vliet
- P.J. van Amersfoort
- P. Lourens
- A.R. Leemreis
- E.N. Punt
- Rechtspraak.nl
Prejudiciële vragen over aftrek van btw voor gemengd gebruikte goederen en diensten
Belanghebbende, een vereniging die de belangen van de agrarische sector behartigt, kreeg een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd over het jaar 2000. Deze aanslag werd gehandhaafd na bezwaar en het Hof verklaarde het beroep ongegrond. Belanghebbende stelde cassatie in tegen deze uitspraak.
De kern van het geschil betreft de vraag of een belastingplichtige het recht heeft om niet alleen investeringsgoederen, maar ook niet-investeringsgoederen en diensten die gemengd worden gebruikt voor economische en niet-economische prestaties, volledig en onmiddellijk in aftrek te brengen. De Hoge Raad stelt prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen over de uitleg van artikelen 6 en 17 van de Zesde richtlijn.
De Hoge Raad overweegt dat voor investeringsgoederen volledige aftrek mogelijk is, maar dat voor andere goederen en diensten nadere uitleg nodig is. De zaak wordt geschorst totdat het HvJ EG uitspraak doet over de gestelde vragen.
De uitspraak is gewezen door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad en betreft belangrijke vragen over de toepassing van btw-regels bij gemengd gebruik van goederen en diensten binnen de Europese Unie.
Uitkomst: De Hoge Raad schorst de procedure en verzoekt het HvJ EG om prejudiciële uitspraak over de aftrek van btw bij gemengd gebruik van goederen en diensten.