ECLI:NL:HR:2007:BB3999
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- J.P. Balkema
- A.J.A. van Dorst
- B.C. de Savornin Lohman
- W.M.E. Thomassen
- Rechtspraak.nl
Beperking duur proeftijd bij bijzondere voorwaarden volgens art. 14b en 14c Sr
In deze strafzaak heeft het Hof te 's-Gravenhage de verdachte veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van zes weken met een proeftijd van twee jaar, en een bijzondere voorwaarde met een proeftijd van drie jaar. De Hoge Raad beoordeelt ambtshalve of de duur van de proeftijd voor de bijzondere voorwaarde in overeenstemming is met de wettelijke bepalingen.
De Hoge Raad stelt vast dat de wetgever bij de wetswijziging van 1 april 1993 niet heeft beoogd de duur van de proeftijd te wijzigen, ondanks een kennelijke vergissing in de nummering van de artikelen 14b en 14c Sr. Volgens de juiste lezing mag de proeftijd bij bijzondere voorwaarden maximaal twee jaar bedragen.
Daarom vernietigt de Hoge Raad het hofarrest voor zover het een proeftijd van drie jaar oplegt voor de bijzondere voorwaarde. De gevangenisstraf blijft voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, en de bijzondere voorwaarde wordt eveneens aan die termijn gebonden. Het beroep wordt voor het overige verworpen.
Uitkomst: De proeftijd voor de bijzondere voorwaarde wordt ambtshalve teruggebracht van drie naar twee jaar.