ECLI:NL:GHAMS:2008:BG5027
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak moord, bewezen voorhanden hebben vuurwapen en munitie
Op 25 maart 2006 werd het slachtoffer dodelijk getroffen door een kogel uit het pistool van de toenmalige vriend van verdachte. Verdachte was niet aanwezig bij het schietincident en werd in hoger beroep vrijgesproken van betrokkenheid bij de dood van het slachtoffer. Het hof oordeelde dat onvoldoende bewijs was voor medeplegen of uitlokking van de moord, ondanks verklaringen van klasgenoten en een leraar over agressieve uitlatingen van verdachte.
Wel achtte het hof bewezen dat verdachte op enig moment het vuurwapen, een omgebouwd alarmpistool van het merk BBM met bijbehorende munitie, voorhanden had. Verdachte heeft het wapen kort vastgehouden en was zich bewust van het bezit ervan, waarmee zij zich schuldig maakte aan het voorhanden hebben van een vuurwapen in strijd met de Wet wapens en munitie.
De rechtbank legde een gevangenisstraf op van acht maanden, waarvan vier voorwaardelijk, met een proeftijd en bijzondere voorwaarden waaronder ambulante psychiatrische behandeling. Het hof bevestigde de vrijspraak voor de moord ten laste gelegde feiten, vernietigde het vonnis voor het wapenfeit en deed opnieuw recht met een voorwaardelijke gevangenisstraf van een maand voor het voorhanden hebben van het vuurwapen.
Het hof hield rekening met de geestelijke stoornissen van verdachte, waaronder borderline persoonlijkheidsstoornis en cannabisgebruik, en legde een proeftijd van twee jaar op met reclasseringstoezicht en verplichte ambulante behandeling. De vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding werd niet-ontvankelijk verklaard omdat verdachte niet schuldig was aan het dodelijke handelen.
Uitkomst: Verdachte vrijgesproken van moord, veroordeeld tot voorwaardelijke gevangenisstraf voor het voorhanden hebben van een vuurwapen en munitie.