ECLI:NL:HR:2007:BB5770
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- L. Monné
- J.W.M. Tijnagel
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over bewijslast bij renteaftrek doorlopend krediet eigen woning
Belanghebbende had in 1983 een doorlopend krediet afgesloten voor verbetering van zijn eigen woning. In 2001 bracht hij de betaalde rente van dit krediet in mindering op zijn inkomstenbelasting, maar de Inspecteur accepteerde deze renteaftrek niet. Het Hof verklaarde het beroep van belanghebbende gegrond en oordeelde dat de rente aftrekbaar was.
De Hoge Raad stelt vast dat het Hof een onjuiste opvatting had over de verdeling van de bewijslast. Hoewel vaststaat dat de lening oorspronkelijk was aangegaan voor de woning, is niet bewezen dat het doorlopend krediet in 2001 nog geheel of gedeeltelijk voortkomt uit die oorspronkelijke lening. De bewijslast daarvoor ligt bij belanghebbende, zeker omdat de Inspecteur dit gemotiveerd heeft betwist.
De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest van het Hof, behoudens het onderdeel over griffierecht, en verwijst de zaak terug naar het Gerechtshof te 's-Gravenhage voor verdere behandeling met inachtneming van deze uitspraak. Tevens wordt opgemerkt dat het Hof onvoldoende heeft gemotiveerd waarom het van de hoofdregel inzake bewijslastverdeling zou afwijken.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor verdere behandeling met inachtneming van de juiste bewijslastverdeling.