Conclusie
1.Overzicht
BNB2006/207 overwogen dat financiering achteraf niet in de weg staat aan renteaftrek en heeft aannemelijk geacht dat toen de belanghebbende de verbouwingskosten maakte, hij al van plan was de oude lening deels tot financiering daarvan te gebruiken zodra de oude woning zou zijn verkocht. Het Hof heeft vervolgens gewezen op het Besluit van de Staatssecretaris van 10 juni 2010 (het Besluit) waarin onder voorwaarden wordt goedgekeurd dat een bestaande lening wordt hergebruikt voor aankoop, onderhoud of verbetering van een eigen woning. Daaruit leidt het Hof af dat een lening tot verwerving van een eigen woning na vervreemding van die woning met behoud van aftrek kan worden meegenomen naar - gebruikt kan worden voor - een nieuwe eigen woning. Bij vervreemding van de oude woning gaat die lening dan, met inachtneming van de bijleenregeling, behoren tot de eigenwoningschuld voor de nieuwe eigen woning. Volgens het Hof geldt dit ook bij een fictieve vervreemding van de oude woning door het uit de verhuisregelingtermijn lopen, zoals
in casu.
BNB2006/207 en HR
BNB2006/208 volgt dat een belastingplichtige die voornemens is een eigenwoninglening aan te gaan, de renteaftrek ter zake van die lening - als zij eenmaal is aangegaan - niet kan worden ontzegd op de grond dat hij voorlopig de verwerving of verbouwing uit eigen middelen financiert. De belanghebbende betoogt dat hij voornemens was de oude lening te (her)gebruiken voor de financiering van de verbouwing. Het verschil met HR
BNB2006/207 en HR
BNB2006/208 is dat in die zaken alsnog een lening werd
aangegaanna voorlopige voorfinanciering uit eigen middelen, terwijl de belanghebbende er al één had lopen die hij in de plaats van zijn voorfinanciering wilde gebruiken. Dat verschil lijkt mij niet principieel en ook minder relevant in het licht van HR
BNB2008/90, waaruit volgt dat aan renteaftrek niet in de weg staat dat een lening na verloop van tijd wordt vervangen door of wordt omgezet in een nieuwe lening. Beslissend lijkt dus of de oude lening op enig moment is omgezet in een lening voor de verbouwing van de nieuwe eigen woning. In ’s Hofs benadering is dat gebeurd op 1 januari 2013, maar dat is, zoals opgemerkt, onverenigbaar met belanghebbendes feitelijke standpunt dat de oude lening al in 2009 (deels) is geheralloceerd naar de toen voltooide verbouwing van de nieuwe woning. Het Hof heeft wellicht gedacht dat dat standpunt niet meer ter zake deed omdat de goedkeuring in het Besluit van toepassing is.
2.Feiten, geschil en beslissingen in feitelijke instanties
De feiten
geschilis of de aanslag IB/PVV 2013 correct is vastgesteld, met name of het bedrag van de ex art. 3.120 Wet IB 2001 aftrekbare kosten eigen woning correct is vastgesteld. De belanghebbende stelde
primairdat de Inspecteur het vertrouwen heeft gewekt dat de eigenwoningschuld in 2013 € 2.235.000 bedroeg en dat de rente op alle drie de leningen, in totaal € 132.251, ook na 2012 aftrekbare kosten eigen woning zou zijn.
Subsidiairstelde hij dat de eigenwoningschuld € 1.600.000 beloopt (€ 1.200.000 + de overbruggingsfinanciering ad € 400.000).
Meer subsidiairstelde hij dat de eigenwoningschuld € 1.510.000 bedroeg.
NLF2018/00004) is het daarmee eens:
Vp-bulletin2018/60 betwijfelt de juistheid van deze uitspraak, maar kennelijk niet de juistheid van de uitkomst:
3.Het geding in cassatie
4.De wet
5.Parlementaire geschiedenis
Afbakening tussen aftrekbare-kostenrenten en persoonlijke-verplichtingenrenten
Het hardheidsclausulebesluit van de Staatssecretaris van Financiën van 10 april 2010
1. Inleiding
1.1. (Fictieve) verwerving en vervreemding van een eigen woning
5.Twee woningen
7.Rechtspraak
BNB2005/135 [14] , HR
BNB2005/136 [15] en HR
BNB2005/137 [16] (deze overweging luidde in alle drie de arresten gelijk):
BNB2006/207 [17] en HR
BNB2006/208 [18] oordeelde u bovendien dat ook bij financiering achteraf aan het oogmerkvereiste kan worden voldaan (HR
BNB2006/207):
BNB2006/207) annoteerde:
BNB2008/90 [20] ten slotte, heeft u geoordeeld dat ook herfinanciering niet in de weg staat aan renteaftrek:
BNB2008/96 [21] betrof de vraag of de belastingplichtige, die een doorlopend krediet had opgenomen voor verbetering of onderhoud van zijn woning, de rente 18 jaar later nog steeds in aftrek kon brengen. U legde op hem de last om te bewijzen dat en in hoeverre de schuld nog steeds zijn oorzaak vond in verbetering/onderhoud van zijn eigen woning:
BNB2008/96) annoteerde:
8.Literatuur
2.3 Eigenwoningschuld
Historische methode
Oogmerkvereiste
Voorbeelden eigenwoningschuld
9.5.3 Causaal verband
9.Beoordeling van de middelen
Algemene opmerkingen
in casuop 1 januari 2013.
BNB2005/135, HR
BNB2005/136 en HR
BNB2005/137 (zie 7.1 hierboven) houden in dat een opgenomen lening niet meteen voor verwerving of verbouwing van de eigen woning hoeft te worden gebruikt, als eenzelfde bedrag maar liquide beschikbaar blijft. Immers: als het geld ergens anders voor wordt gebruikt, kan het niet voor de eigen woning worden gebruikt, tenzij eenzelfde bedrag liquide beschikbaar blijft. Uit HR
BNB2006/207 en HR
BNB2006/208 (zie 7.2 hierboven) blijkt dat financiering achteraf niet aan vervulling van de eis van voornemen tot eigenwoningfinanciering in de weg hoeft te staan en uit HR
BNB2008/90 (zie 7.4) blijkt dat ook herfinanciering daaraan niet in de weg hoeft te staan.
BNB2006/207 en HR
BNB2006/208 (financiering achteraf; zie 7.2 hierboven) en HR
BNB2008/90 (herfinanciering; zie 7.4 hierboven) tot dat resultaat.
BNB2006/207 en HR
BNB2006/208 volgt dat een belastingplichtige die voornemens is een eigenwoninglening aan te gaan, de renteaftrek ter zake van die lening - als zij eenmaal is aangegaan - niet kan worden ontzegd op de grond dat hij voorlopig de verwerving of verbouwing uit eigen middelen financiert alvorens die lening aan te vragen. De belanghebbende betoogt dat hij voornemens was de oude lening te (her)gebruiken voor de financiering van de verbouwing. Het verschil met de casussen van HR
BNB2006/207 en HR
BNB2006/208 is dat in die zaken alsnog een lening werd
aangegaanna voorlopige voorfinanciering uit eigen middelen, terwijl de belanghebbende er al één had lopen die hij in de plaats van zijn voorfinanciering wilde gebruiken. Dat verschil lijkt mij niet principieel en ook minder relevant in het licht van HR
BNB2008/90, waaruit volgt dat aan renteaftrek niet in de weg staat dat een lening na verloop van tijd wordt vervangen door of wordt omgezet in een nieuwe lening. (Ook) deze rechtspraak lijkt mij gebaseerd op de gedachte dat belastingplichtigen niet nodeloos genoopt moeten worden om een oude lening af te lossen om meteen daarop een nieuwe lening tot dezelfde hoofdsom aan te gaan, met alle kosten van dien, als de oude lening ook kan worden overgezet. Onze belanghebbende had kennelijk een aantrekkelijke financiering bij ABN AMRO die hij wenste te behouden in plaats van een nieuwe aan te gaan.
voornementot herfinanciering had.
Vp-bulletin(zie 2.12 hierboven) meen dat het Hof de eigenwoningreserve te laag heeft vastgesteld op € 199.000 (€ 924.000 -/- € 725.000). De € 257.500 van de oude lening die door herallocatie aan de nieuwe woning wordt toegerekend, komt mijns inziens in mindering op de hypothecaire schuld ter zake van de oude woning. De eigenwoningreserve beloopt dan:
€ 467.500(= € 725.000 -/- € 257.500)