ECLI:NL:HR:2007:BB7191
Hoge Raad
- Cassatie
- D.H. Beukenhorst
- P.C. Kop
- A. Hammerstein
- F.B. Bakels
- C.A. Streefkerk
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt inlenersaansprakelijkheid bij arbeidsongeval tijdens boortorentransport
Deze zaak betreft een arbeidsongeval tijdens het transport van een boortoren waarbij de vraag centraal stond of de inlener als materiële werkgever aansprakelijk kan worden gesteld voor fouten van derden bij wie de werknemer feitelijk was tewerkgesteld. De Hoge Raad verwijst naar een eerdere uitspraak van 12 november 2004 waarin het geding werd terugverwezen naar het gerechtshof voor verdere behandeling.
Na behandeling door het gerechtshof te Leeuwarden, dat het vonnis van de kantonrechter bekrachtigde, stelde eiser beroep in cassatie in tegen deze uitspraak. De Hoge Raad oordeelt dat de aangevoerde klachten niet leiden tot cassatie en dat geen nadere motivering nodig is omdat de klachten geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling oproepen.
De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en veroordeelt eiser in de kosten van het geding. Hiermee wordt bevestigd dat de inlener aansprakelijk kan zijn op grond van artikel 7:658 lid 4 BW Pro, ook voor fouten van derden bij wie de werknemer was tewerkgesteld, binnen het toepasselijke overgangsrecht.
Uitkomst: Het cassatieberoep van eiser wordt verworpen en de inlenersaansprakelijkheid van Deutag wordt bevestigd.