ECLI:NL:PHR:2007:BB7191
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid inlener bij arbeidsongeval tijdens transport boortoren
De zaak betreft een arbeidsongeval tijdens het transport van een boortoren in Thailand waarbij de werknemer ernstig gewond raakte. De werknemer was formeel in dienst bij Deutsche Tiefbohr A.G. en werd uitgezonden naar Thailand. Het transport werd uitgevoerd door een derde partij, de firma On and Offshore (O and O).
De werknemer vorderde schadevergoeding van Deutag, de inlener, op grond van onrechtmatige daad en art. 6:171 BW Pro. Het hof oordeelde dat het oude recht van toepassing was en dat voor aansprakelijkheid van de inlener een zekere mate van ondergeschiktheid vereist is. Dit was in casu niet vastgesteld omdat de werknemer onder toezicht van zijn formele werkgever werkte.
Verder oordeelde het hof dat de werknemer onvoldoende concreet en onderbouwd had gesteld dat de fout bij de chauffeur van O and O lag. Het bewijsaanbod was onvoldoende specifiek. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dat de vordering niet toewijsbaar is.
De Hoge Raad verduidelijkte dat de zorg voor de veiligheid door de inlener inhoudt dat deze zeggenschap moet hebben over de werkplek en aanwijzingen kan geven. Zonder deze ondergeschiktheid is geen aansprakelijkheid op grond van inlenersaansprakelijkheid. De uitspraak bevestigt de strikte voorwaarden voor aansprakelijkheid van de inlener onder het oude recht.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst het cassatieberoep af en bevestigt dat de inlener niet aansprakelijk is wegens het ontbreken van ondergeschiktheid en onvoldoende bewijs van fout.