ECLI:NL:HR:2007:BB8112

Hoge Raad

Datum uitspraak
21 december 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
07/11495HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 213f FaillissementswetArt. 1 Wet op het financieel toezichtArt. 81 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging faillietverklaring verzekeraar afgewezen door Hoge Raad

In deze zaak hebben meerdere verzoeksters cassatieberoep ingesteld tegen de faillietverklaring van Stichting Garantie- en Waarborgfonds Nederland (SGWN) door de rechtbank Zutphen. De faillietverklaring werd bevestigd door het gerechtshof Arnhem, waarna het cassatieberoep werd ingesteld bij de Hoge Raad.

De kern van het geschil betreft de vraag of de faillietverklaring van SGWN vernietigd kan worden, mede in het licht van de toepasselijkheid van artikel 213f van de Faillissementswet en de definitie van schadeverzekeraar zoals bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet op het financieel toezicht (Wft). De verzoeksters betoogden dat de faillietverklaring onterecht was.

De Hoge Raad heeft het cassatieberoep verworpen en het vonnis van de rechtbank en het arrest van het hof bekrachtigd. De klachten van de verzoeksters konden niet leiden tot cassatie en behoefden geen nadere motivering omdat zij geen rechtsvragen opriepen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

De Hoge Raad veroordeelde de verzoeksters tevens in de kosten van het geding in cassatie. Het arrest werd gewezen door de vice-president en raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 21 december 2007.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de faillietverklaring van Stichting Garantie- en Waarborgfonds Nederland blijft in stand.

Uitspraak

21 december 2007
Eerste Kamer
Rek.nr. 07/11495HR
MK/TT
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
1. [Verzoekster 1],
gevestigd te [vestigingsplaats],
2. [Verzoekster 2],
gevestigd te [vestigingsplaats],
3. [Verzoekster 3],
gevestigd te [vestigingsplaats],
4. [Verzoekster 4],
gevestigd te [vestigingsplaats],
5. [Verzoekster 5],
gevestigd te [vestigingsplaats],
6. [Verzoekster 6],
gevestigd te [vestigingsplaats],
VERZOEKSTERS tot cassatie,
advocaat: mr. H.J. van Gijssel,
t e g e n
1. DE NEDERLANDSCHE BANK N.V.,
gevestigd te Amsterdam,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. J.W.H. van Wijk,
e n
2. STICHTING GARANTIE- EN WAARBORGFONDS NEDERLAND,
gevestigd te Zutphen, die bij vonnis van de rechtbank Zutphen van 27 april 2007 in staat van faillissement is verklaard met benoeming van mr. R. Feunekes tot rechter-commissaris en mr. R.Ph. Elzas te Arnhem tot curator,
BELANGHEBBENDE in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [verzoekster] c.s., DNB en SGWN.
1. Het geding in feitelijke instanties
Bij verzetschrift van 4 mei 2007 zijn [verzoekster] c.s. in verzet gekomen van het vonnis van de rechtbank Zutphen van 27 april 2007 waarbij SGWN in staat van faillissement is verklaard, en hebben zij verzocht dit vonnis te vernietigen.
De curator heeft het verzoek bestreden.
De rechtbank heeft bij vonnis van 29 juni 2007 het verzet tegen de faillietverklaring van SGWN afgewezen.
Tegen dit vonnis hebben [verzoekster] c.s. hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Arnhem.
Bij arrest van 6 september 2007 heeft het hof het vonnis van de rechtbank bekrachtigd.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof hebben [verzoekster] c.s. beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
DNB heeft verzocht het beroep te verwerpen. De curator is in cassatie niet verschenen.
De zaak is voor [verzoekster] c.s. en DNB mondeling toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Spier strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van [verzoekster] c.s., dan wel tot verwerping van het beroep.
De advocaat van [verzoekster] c.s. en de advocaat van DNB hebben bij brieven van onderscheidenlijk 29 en 30 november 2007 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [verzoekster] c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van DNB begroot op € 371,34 aan verschotten en € 1.800,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.B. Fleers als voorzitter en de raadsheren O. de Savornin Lohman, A.M.J. van Buchem-Spapens, J.C. van Oven en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 21 december 2007.