ECLI:NL:HR:2008:AZ4856
Hoge Raad
- Cassatie
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- P.J. van Amersfoort
- C.B. Bavinck
- A.R. Leemreis
- A.H.T. Heisterkamp
- Rechtspraak.nl
Onzakelijke doorbelasting pachtrecht bij bedrijfsopvolging in maatschap
Belanghebbende, een melkveehouder in maatschapsverband, had het pachtrecht van een weiland mede aangeschaft met het oogmerk om bedrijfsopvolging voor zijn zoon mogelijk te maken. De kosten van het pachtrecht werden doorbelast aan de maatschap en vervolgens gedeeltelijk in aftrek gebracht op de winst.
Het hof oordeelde dat slechts het deel van het pachtrecht dat dienstbaar was aan de onderneming van belanghebbende zelf aftrekbaar was, terwijl het deel dat betrekking had op de bedrijfsopvolging door de zoon als onttrekking moest worden aangemerkt en niet aftrekbaar was. De Hoge Raad bevestigde dit oordeel, maar stelde dat het hof de aftrek ten onrechte te laag had vastgesteld en corrigeerde de aanslag dienovereenkomstig.
De Hoge Raad verwierp verder de bezwaren van belanghebbende tegen het oordeel van het hof over de looptijd van het pachtrecht en het oogmerk van bedrijfsopvolging. Het beroep op beginselen van behoorlijk bestuur faalde eveneens. De Staatssecretaris van Financiën werd veroordeeld in de proceskosten van het cassatieberoep.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het hofarrest en stelt de aftrekbaarheid van de kosten van het pachtrecht correct vast, waardoor de belastingaanslag wordt verminderd.