ECLI:NL:HR:2008:BB4400
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- L. Monné
- C. Schaap
- J.W.M. Tijnagel
- A.H.T. Heisterkamp
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt toepassing WOZ-waarde woning in aanbouw voor inkomstenbelasting 2003
Belanghebbende kocht in 2002 een perceel bouwgrond en liet daarop een woning bouwen die op 1 januari 2003 nog in aanbouw was. Medio 2003 was de woning gereed en werd deze bewoond. Voor het jaar 2003 werd een aanslag inkomstenbelasting opgelegd, waarbij de eigenwoningwaarde aan de orde was.
Het Hof oordeelde dat de WOZ-waarde van de woning in aanbouw, vastgesteld bij beschikking van 3 juni 2004, gold als eigenwoningwaarde voor 2003 en verminderde de aanslag dienovereenkomstig. De Minister van Financiën stelde hiertegen beroep in cassatie in.
De Hoge Raad overwoog dat artikel 3.112, lid 2 Wet IB 2001 bepaalt dat de eigenwoningwaarde wordt bepaald aan de hand van de WOZ-waarde die voor het kalenderjaar is vastgesteld. Omdat de WOZ-waarde voor het tijdvak waarin 2003 valt bij beschikking was vastgesteld, geldt deze waarde ook voor dat jaar, ook al was de woning toen nog in aanbouw.
Het cassatieberoep werd ongegrond verklaard. De Hoge Raad bevestigde daarmee de rechtmatigheid van de door het Hof toegepaste WOZ-waarde als basis voor de eigenwoningwaarde in de inkomstenbelasting over 2003.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de Minister van Financiën wordt ongegrond verklaard en de WOZ-waarde van de woning in aanbouw geldt als eigenwoningwaarde voor 2003.