ECLI:NL:HR:2008:BB7114
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- J.P. Balkema
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en terugwijzing wegens onvoldoende motivering bewezenverklaring dwang tot dulden ontuchtige handelingen
De verdachte werd door het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch veroordeeld wegens feitelijke aanranding van de eerbaarheid, waaronder het gedwongen dulden van ontuchtige handelingen jegens een slachtoffer in de periode 2000-2000.
In cassatie stelde de verdachte dat de bewezenverklaring betreffende de dwang tot het dulden van deze handelingen niet voldoende was gemotiveerd en niet kon worden afgeleid uit de bewijsmiddelen. De Hoge Raad oordeelde dat het hof de bewezenverklaring niet naar de eis der wet met redenen had omkleed.
Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest voor zover het de bewezenverklaring en de strafoplegging betrof met betrekking tot deze feiten en verwees de zaak terug naar het hof voor hernieuwde berechting binnen deze grenzen. Voor het overige werd het cassatieberoep verworpen.
De Hoge Raad bevestigde dat de overige middelen niet tot cassatie konden leiden en dat er geen ambtshalve vernietigingsgronden waren. Het arrest werd gewezen door de vice-president en twee raadsheren op 15 januari 2008.
Uitkomst: Het arrest van het hof is gedeeltelijk vernietigd en de zaak is terugverwezen voor hernieuwde berechting van de bewezenverklaring en strafoplegging betreffende dwang tot dulden van ontuchtige handelingen.