ECLI:NL:PHR:2008:BB7114
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Cassatie over bewezenverklaring en bewijsvoering bij feitelijke aanranding binnen politiekorps
De zaak betreft een cassatie tegen een arrest van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch, waarin verdachte werd veroordeeld wegens meervoudige feitelijke aanranding van de eerbaarheid binnen het politiekorps. De verdediging verzocht om het horen van diverse getuigen die konden verklaren over de cultuur en normen binnen het korps, met het oog op het bewijs van dwang en ontucht.
Het hof wees deze verzoeken af met de motivering dat de wettelijke norm duidelijk is en dat de cultuur binnen het korps geen betekenis heeft voor de bewezenverklaring. De Hoge Raad bevestigt dat de sociaal-ethische normen die ontucht bepalen niet afhankelijk zijn van de opvattingen binnen een specifieke groep, maar van de algemene maatschappelijke opvattingen. Ook het argument dat een relatie tussen verdachte en slachtoffer een gedraging uitsluit, wordt verworpen.
De Hoge Raad oordeelt dat het bewijs voor sommige feiten onvoldoende is gemotiveerd, met name waar het bewijs slechts steunt op de verklaring van één persoon zonder voldoende aanvullend bewijs. Daarom wordt het arrest vernietigd voor dat onderdeel en wordt de zaak terugverwezen voor hernieuwde beoordeling. Voor de overige middelen wordt de cassatie verworpen.
Uitkomst: Het arrest wordt gedeeltelijk vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde beoordeling van een deel van de bewezenverklaring.