Uitspraak
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
's-Hertogenbosch
[verdachte] ,
- medeplichtigheid bij diefstal, voorafgegaan van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, terwijl het feit de dood ten gevolge heeft (feit 2);
- in een geval waarin een wettelijk voorschrift een verklaring onder ede vordert, mondeling, persoonlijk, opzettelijk een valse verklaring onder ede afleggen (feit 3);
- opzetheling (feit 4) en
- medeplegen van: nadat enig misdrijf is gepleegd, met het oogmerk om het te bedekken of de nasporing of vervolging te beletten of te bemoeilijken, voorwerpen waarop of waarmede het misdrijf gepleegd is of andere sporen van het misdrijf vernietigen (feit 5),
[naam medeverdachte] op of omstreeks 26 februari 2020 te Boxmeer één of meer portemonnee(s) en/of een hoeveelheid geld (ten bedrage van ongeveer 27.500 euro) en/of een telefoon en/of kleding, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan [naam slachtoffer] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [naam slachtoffer] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken, en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door die [naam slachtoffer] met een stuk hout op het hoofd te slaan en/of die [naam slachtoffer] vast te binden en/of de keel van die [naam slachtoffer] door te snijden, zulks terwijl het feit de dood van die [naam slachtoffer] ten gevolge heeft gehad,
zij op of omstreeks 19 maart 2020 te ‘s-Hertogenbosch in een geval waarin een wettelijk voorschrift een verklaring onder ede vorderde en/of daaraan rechtsgevolgen verbond, te weten bij de rechter-commissaris bij de arrondissementsrechtbank Oost-Brabant in een getuigenverhoor in de strafzaak tegen verdachte [naam medeverdachte] op 19 maart 2020, mondeling en/of schriftelijk persoonlijk of door een bijzondere daartoe gemachtigde opzettelijk een valse verklaring onder ede heeft afgelegd, te weten:
zij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 26 februari 2020 tot en met 10 maart 2020 te Gilze, gemeente Gilze en Rijen, een goed, te weten een geldbedrag van ongeveer 27.500 euro, althans enig geldbedrag, heeft verworven, voorhanden gehad en/of overgedragen, terwijl zij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit geld wist, althans redelijkerwijs moest vermoeden, dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;
zij op of omstreeks 27 februari 2020 te Echt, gemeente Echt-Susteren, tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, nadat op of omstreeks 26 februari 2020 te Boxmeer enig misdrijf, te weten doodslag op [naam slachtoffer] en/of diefstal met geweld, de dood van die [naam slachtoffer] tengevolge hebbende (gepleegd door [naam medeverdachte] ), was gepleegd, met het oogmerk om dat misdrijf te bedekken of de nasporing of vervolging daarvan te beletten of te bemoeilijken, een of meer voorwerp(en), waarop of waarmede dat misdrijf was gepleegd en/of andere sporen van dat misdrijf, te weten een of meer portemonnee(s) en/of een identiteitsbewijs en/of kleding van die [naam slachtoffer] en/of kleding en schoenen van die [naam medeverdachte] heeft vernietigd, weggemaakt, verborgen en/of aan het onderzoek van de ambtenaren van de justitie of politie heeft onttrokken (door die portemonnee(s) en/of een identiteitsbewijs en/of kleding van die [naam slachtoffer] en/of kleding en schoenen van die [naam medeverdachte] te verbranden).
Beoordelingskader
Oordeel van het hof
[naam medeverdachte] op of omstreeks 26 februari 2020 te Boxmeer portemonnees en een hoeveelheid geld en een telefoon en kleding, toebehorende aan [naam slachtoffer] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,
zij op 19 maart 2020 te ‘s-Hertogenbosch in een geval waarin een wettelijk voorschrift een verklaring onder ede vorderde te weten bij de rechter-commissaris bij de arrondissementsrechtbank Oost-Brabant in een getuigenverhoor in de strafzaak tegen verdachte [naam medeverdachte] op 19 maart 2020, mondeling persoonlijk opzettelijk een valse verklaring onder ede heeft afgelegd, te weten:
zij op tijdstippen in de periode van 26 februari 2020 tot en met 10 maart 2020 te Gilze, gemeente Gilze en Rijen, een geldbedrag heeft verworven, voorhanden gehad en overgedragen, terwijl zij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit geld wist dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;
zij op 27 februari 2020 te Echt, gemeente Echt-Susteren, tezamen en in vereniging met een ander, nadat op 26 februari 2020 te Boxmeer enig misdrijf, te weten doodslag op [naam slachtoffer] en/of diefstal met geweld, de dood van die [naam slachtoffer] tengevolge hebbende (gepleegd door [naam medeverdachte] ), was gepleegd, met het oogmerk om dat misdrijf te bedekken of de nasporing of vervolging daarvan te beletten of te bemoeilijken, voorwerpen of andere sporen van dat misdrijf, te weten portemonnees en kleding van die [naam slachtoffer] en kleding en schoenen van die [naam medeverdachte] heeft vernietigd en aan het onderzoek van de ambtenaren van justitie heeft onttrokken (door die portemonnees en kleding van die [naam slachtoffer] en kleding en schoenen van die [naam medeverdachte] te verbranden).
Verweren van de verdediging
Oordeel van het hof
Verweren van de verdediging
Oordeel van het hof
Verweren van de verdediging
Oordeel van het hof
eengeldbedrag, op de wijze zoals in de bewezenverklaring is vermeld.
Verweren van de verdediging
Oordeel van het hof
medeplichtigheid tot diefstal.
opzetheling.
,nu het hof het wenselijk acht dat de Staat der Nederlanden schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert. Het hof zal daarbij bepalen dat gijzeling voor de duur van ten hoogste 35 dagen kan worden toegepast indien verhaal niet mogelijk blijkt, met dien verstande dat de toepassing van die gijzeling de verschuldigdheid niet opheft.
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
6 (zes) maanden.
teruggaveaan de verdachte van het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten een geldbedrag ter hoogte van € 20,00 (goednummer 1676830).
Vordering van de [benadeelde partij]
€ 2.500,00 (tweeduizend vijfhonderd euro) ter zake van materiële schade,vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 26 februari 2020 tot aan de dag der algehele voldoening en bepaalt dat de verdachte met haar mededader hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is.
€ 2.500,00 (tweeduizend vijfhonderd euro) als vergoeding voor materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 26 februari 2020 tot aan de dag der algehele voldoening, en bepaalt dat gijzeling voor de duur van ten hoogste 35 (vijfendertig) dagen kan worden toegepast indien verhaal niet mogelijk blijkt, met dien verstande dat de toepassing van die gijzeling de verschuldigdheid van de schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.
1. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 2 maart 2020, p. 29-31, voor zover inhoudende als relaas van verbalisanten [verbalisant 4] en [verbalisant 5] :
2. Het geschrift, zijnde het rapport van het Nederlands Forensisch Instituut, Pathologieonderzoek naar aanleiding van een mogelijk niet-natuurlijke dood, d.d. 30 maart 2020, voor zover inhoudende als verslaglegging van arts en forensisch patholoog V. Soerdjbalie-Maikoe, p. 424-440 van het relaasproces-verbaal Forensisch onderzoek met bijlagen, Politie Eenheid Oost-Brabant, Dienst Regionale Recherche, Afdeling Specialistische Ondersteuning, Team Forensische Opsporing, proces-verbaalnummer PL2100-2020046338, d.d. 31 juli 2020, pagina 1 tot en met 517:
3. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 24 maart 2020, p. 571-576, voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 6] :
Verdachte:
het hof: afbeelding 1 betreft een screenshot van een WhatsApp-gesprek met [naam slachtoffer] )
het hof: emoticon)
het hof: afbeelding 1 betreft een screenshot van een WhatsApp-gesprek met [naam slachtoffer] )
4. Het proces-verbaal van getuigenverhoor van de rechter-commissaris in de strafzaak tegen [verdachte] , belast met de behandeling van strafzaken in de rechtbank Oost-Brabant, d.d. 24 november 2021, voor zover inhoudende als verklaring van [naam medeverdachte] :
5. Het proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 12 maart 2020, p. 406-411, voor zover inhoudende als verklaring van verdachte [naam medeverdachte] :
het hof begrijpt: bij het slachtoffer [naam slachtoffer] )?
6. Het volgende in het dossier gevoegde verslag van een telefoongesprek, p. 953-960, voor zover inhoudende:
7. Het proces-verbaal van getuigenverhoor van de rechter-commissaris in de strafzaak tegen [naam medeverdachte] , belast met de behandeling van strafzaken in de rechtbank Oost-Brabant, d.d. 19 maart 2020, p. 655-658, voor zover inhoudende als verklaring van [verdachte] :
8. Het proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 14 mei 2020, p. 808-832, voor zover inhoudende als verklaring van verdachte [verdachte] :
9. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 16 april 2020, p. 778-782, voor zover inhoudende als relaas van [verbalisant 7] :
het hof begrijpt: [naam medeverdachte]) zijn verder de volgende contante uitgaven gebleken:
10. Het proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming d.d. 11 maart 2020, p. 363-364 en bijlage p. 365, voor zover inhoudende als relaas van [verbalisant 8] :
11. Het proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 7 april 2020, p. 637-639, voor zover inhoudende als verklaring van [getuige 2] :
het hof begrijpt: [naam medeverdachte] )op 27 februari 2020 al dan niet in gezelschap van anderen het AZC te Echt, gevestigd aan de [adres 3] had bezocht. Op 27 februari 2020, omstreeks 20.45 uur, ben ik gebeld, terwijl ik aan het werk was op het AZC. Ik ben toen gebeld door een medewerker van [naam bedrijf] , die de bewaking op zich neemt bij de receptie van dit AZC. Men belde mij met de vraag of ik wilde komen omdat er zich een bewoner had gemeld die vanuit het AZC wilde vertrekken. Gezien mijn functie ben ik naar de receptie gegaan. Ik heb toen de mij bekende meneer [naam medeverdachte] ontmoet die daar samen stond met een vrouw. Ik herkende haar als de vriendin van [naam medeverdachte] . Bij navraag bij de receptie kreeg ik te horen dat haar naam [verdachte] is. [verdachte] heeft ook bij ons in het AZC te Echt gezeten.