ECLI:NL:HR:2008:BC1262

Hoge Raad

Datum uitspraak
25 januari 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
R07/037HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
2 uitgaand · 5 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Wijziging kinder- en partneralimentatie na echtscheiding en ontvankelijkheid hoger beroep

De man verzocht de rechtbank om de beschikking van 3 november 2005 te wijzigen met betrekking tot de hoogte van de kinder- en partneralimentatie, de verdeling van hypotheeklasten en de behandeling van verrekeningen uit een beleggingsrekening. De vrouw verzocht om een hogere bijdrage van de man voor de verzorging en opvoeding van de minderjarige kinderen en voor haar levensonderhoud.

De rechtbank wijzigde de alimentatiebedragen deels en verklaarde de man niet-ontvankelijk in zijn verzoeken omtrent hypotheeklasten en verrekeningen. De man stelde hiertegen hoger beroep in, maar het gerechtshof verklaarde hem niet-ontvankelijk in dat hoger beroep.

De man stelde vervolgens beroep in cassatie in bij de Hoge Raad. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling hoefden te worden beantwoord. Het cassatieberoep werd verworpen, waarmee de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep stand hield.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de man wordt verworpen en het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard.

Uitspraak

25 januari 2008
Eerste Kamer
Rek.nr. R07/037HR
MK/EE
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[De man],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. J.H. van Gelderen,
t e g e n
[De vrouw],
wonende te [woonplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. E. van Staden ten Brink.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de man en de vrouw.
1. Het geding in feitelijke instanties
Met een op 8 augustus 2006 ter griffie van de rechtbank 's-Gravenhage ingediend verzoekschrift heeft de man zich gewend tot die rechtbank en verzocht de beschikking van de rechtbank van 3 november 2005 te wijzigen, dan wel aan te vullen in die zin dat de rechtbank zal bepalen dat:
1. de som welke de man voorlopig zal verstrekken tot verzorging en opvoeding van de minderjarige kinderen van partijen met ingang van 1 april 2006 wordt bepaald op € 300,-- per maand per kind;
2. de hypotheeklasten niet behoren tot de alimentatieverplichtingen in de zin van de beschikking van 3 november 2005, maar door partijen gezamenlijk dienen te worden gedragen, althans om een daartoe strekkende zelfstandige voorlopige voorziening te treffen;
3. de in de beschikking van 3 november 2005 toegestane verrekeningen (door de man) dan wel opnamen (door de vrouw) van € 8.000,-- per maand uit de beleggingsrekening beschouwd dienen te worden als voorschotten aan de vrouw op de scheiding en deling van de huwelijksgoederengemeenschap tussen partijen, althans om een daartoe strekkende zelfstandige voorlopige voorziening te treffen.
De vrouw heeft het verzoek bestreden en zelfstandig verzocht voor de duur van het geding de man te veroordelen om met ingang van 1 mei 2006 een bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarigen van € 700,-- per maand per kind te betalen en de man te veroordelen met ingang van 1 mei 2006 een bijdrage in de kosten van levensonderhoud van de vrouw van € 16.000,-- per maand te betalen.
De rechtbank heeft bij beschikking van 7 september 2006, met wijziging in zoverre van de beschikking van 3 november 2005, de som welke de man met ingang van 1 mei 2006 voorlopig zal verstrekken tot de verzorging en opvoeding van de minderjarigen op € 500,-- per maand per kind bepaald, de som welke de man met ingang van 1 mei 2006 voorlopig zal verstrekken tot levensonderhoud van de vrouw op € 15.000,-- per maand bepaald en de man niet-ontvankelijk verklaard in de hierboven onder 2 en 3 vermelde verzoeken.
Tegen deze beschikking heeft de man hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Gravenhage.
Bij beschikking van 17 januari 2007 heeft het hof de man niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof heeft de man beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De vrouw heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren P.C. Kop, als voorzitter, F.B. Bakels en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 25 januari 2008.