ECLI:NL:HR:2008:BC1367
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- J.P. Balkema
- J.W. Ilsink
- J. de Hullu
- W.M.E. Thomassen
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt arrest over doorzoeking op basis van MMA-melding en wijst zaak terug
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch waarin de verdachte werd vrijgesproken wegens onvoldoende verdenking bij de doorzoeking van zijn woning op grond van een MMA-melding. De melding betrof vermoedelijke drugshandel in een woning waar de verdachte verbleef.
De politie verrichtte op 20 augustus 2005 een observatie en daaropvolgende doorzoeking van de woning. De rechtbank oordeelde dat er onvoldoende verdenking bestond bij aanvang van de doorzoeking, omdat de MMA-melding niet ondersteund werd door aanvullend opsporingsonderzoek. Het hof bevestigde dit oordeel en sprak de verdachte vrij.
De Hoge Raad stelt dat verdenking van overtreding van de Opiumwet wel kan worden gebaseerd op anonieme MMA-meldingen en dat het oordeel van het hof niet zonder meer begrijpelijk is gezien de inhoud van de melding en het politieonderzoek ter verificatie daarvan. Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest en wijst de zaak terug naar het hof voor hernieuwde berechting.
De Hoge Raad wijst er tevens op dat indien de rechter na terugwijzing oordeelt dat de bewijsvergaring onrechtmatig was, de vraag over bewijsuitsluiting beoordeeld moet worden aan de hand van de criteria uit het arrest LJN AM2533. Het arrest is gewezen door vijf raadsheren onder voorzitterschap van vice-president Koster en uitgesproken op 11 maart 2008.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest en wijst de zaak terug voor hernieuwde berechting.