ECLI:NL:HR:2008:BC1486
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- E.J. Numann
- A. Hammerstein
- J.C. van Oven
- F.B. Bakels
- Rechtspraak.nl
Toepassing overgangsrecht borgtocht en subrogatie bij uitwinning zekerheidsrechten
De zaak betreft een geschil tussen de Provincie Utrecht als borg en ING Bank als schuldeiser over de vraag of de borg subrogatie kan uitoefenen in de zekerheidsrechten van de bank jegens de hoofdschuldenaar, de Stichting Medisch Centrum Berg en Bosch, na uitwinning van de borgtocht.
De Provincie had zich in 1982 borg gesteld voor een lening van de Stichting bij de Postcheque- en Girodienst, die later via fusies en naamswijzigingen is overgegaan in ING. Na faillissement van de Stichting en uitwinning van de hypotheek stelde de Provincie zich op het standpunt dat zij subrogatie had in de zekerheidsrechten van ING op gelijke voet met ING, en dat deze subrogatievordering niet achtergesteld was.
De rechtbank wees deze subsidiaire vordering toe, maar het hof vernietigde dit oordeel voor zover het de wettelijke rente betrof. ING stelde in cassatie verweren aan de hand van het overgangsrecht en de redelijkheid en billijkheid, waarbij zij betoogde dat het oude recht (art. 1439 oud Pro BW) van toepassing bleef en dat de borg pas meedeelt in de opbrengst nadat alle vorderingen van ING voldaan zijn.
De Hoge Raad oordeelde dat op de lopende borgtocht het oude recht van toepassing blijft voor de verhouding tussen borg en schuldeiser, conform art. 220 Ow Pro NBW, en dat de borg zich op gelijke voet met de schuldeiser kan verhalen op de zekerheden. Het beroep van ING werd gegrond verklaard, het arrest van het hof vernietigd en de zaak verwezen naar het gerechtshof te 's-Gravenhage voor verdere behandeling.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak voor verdere behandeling naar het gerechtshof te 's-Gravenhage.