ECLI:NL:HR:2008:BC2599
Hoge Raad
- Cassatie
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- A.R. Leemreis
- E.N. Punt
- Rechtspraak.nl
Bevestiging teruggaaf omzetbelasting op grond van gelijkheidsbeginsel en beleidslijn
Belanghebbende, een leverancier van aardgas, heeft over januari 1999 omzetbelasting betaald over een meeliftvergoeding die zij incasseerde namens gemeenten en waterschappen. Zij verzocht om teruggaaf van dit bedrag, maar de Inspecteur wees dit af. Het Hof verklaarde het beroep van belanghebbende gegrond en oordeelde dat de Staatssecretaris jarenlang een vaste gedragslijn heeft gevolgd waardoor in vergelijkbare gevallen een juiste wetstoepassing achterwege bleef. Belanghebbende kon zich daarom beroepen op het gelijkheidsbeginsel en aanspraak maken op teruggaaf.
De Hoge Raad bevestigt dat het gelijkheidsbeginsel toepassing vindt en dat het beleid van de Staatssecretaris niet kan leiden tot een uitbreiding van het toepassingsbereik van artikel 37 van Pro de Wet op de omzetbelasting. Het Hof heeft terecht geoordeeld dat artikel 37 niet Pro van toepassing is en dat belanghebbende recht heeft op herziening van de ten onrechte gefactureerde omzetbelasting.
Het cassatieberoep van de Staatssecretaris wordt ongegrond verklaard. De Hoge Raad acht geen gronden aanwezig voor een veroordeling in proceskosten en legt een griffierecht op aan de Staat. Hiermee wordt de uitspraak van het Hof bekrachtigd en de teruggaaf van omzetbelasting aan belanghebbende bevestigd.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de Staatssecretaris wordt ongegrond verklaard en het oordeel van het Hof bevestigd dat belanghebbende recht heeft op teruggaaf van omzetbelasting.