ECLI:NL:HR:2008:BC2774
Hoge Raad
- Cassatie
- D.H. Beukenhorst
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- E.J. Numann
- A. Hammerstein
- W.D.H. Asser
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep wegens tardief ingeroepen onbevoegdheid rechtbank
In deze zaak vordert verweerster schadevergoeding van eiser wegens het benaderen van klanten in strijd met een concurrentiebeding. Eiser heeft de vordering bestreden en een exceptie van onbevoegdheid van de rechtbank ingeroepen op grond van artikel 157 Rv Pro (oud), omdat het geschil betrekking zou hebben op een arbeidsovereenkomst. Deze exceptie werd door de rechtbank als te laat (tardief) verworpen.
Eiser stelde vervolgens tussentijds cassatieberoep in tegen dit tussenvonnis, maar de Hoge Raad oordeelt dat dit beroep niet-ontvankelijk is omdat tegen het tussenvonnis hoger beroep openstaat. Artikel 340 Rv Pro bepaalt dat in het verlof tot cassatie ook het verlof tot hoger beroep besloten ligt, zodat nieuw verlof niet vereist is.
De Hoge Raad benadrukt dat het hof bevoegd is om de exceptie alsnog te beoordelen en eventueel de zaak te verwijzen. De beslissing van de rechtbank over haar bevoegdheid tast de ten principale genomen beslissingen niet aan. Daarom verklaart de Hoge Raad het cassatieberoep niet-ontvankelijk en veroordeelt eiser in de kosten van het geding in cassatie.
Uitkomst: Het cassatieberoep van eiser wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het te laat inroepen van de onbevoegdheid van de rechtbank.