ECLI:NL:HR:2008:BC3346

Hoge Raad

Datum uitspraak
4 april 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
R07/092HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontzegging omgangs- en informatieregeling aan niet met gezag belaste ouder

De vader verzocht bij de rechtbank Breda om een omgangsregeling met zijn dochter en inzage in alle stukken betreffende haar, alsmede het ontvangen van recente foto's. De stichting die met de voogdij belast is, bestreed dit verzoek, gesteund door de raad voor de kinderbescherming. De rechtbank wees het verzoek af en het gerechtshof bekrachtigde deze beslissing bij beschikking.

De vader stelde vervolgens beroep in cassatie in bij de Hoge Raad. De advocaat-generaal adviseerde het beroep te verwerpen. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten geen aanleiding geven tot cassatie, mede omdat geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde zijn.

De Hoge Raad verwerpt het beroep en bevestigt daarmee de eerdere beslissingen van rechtbank en hof. De beschikking is gegeven door de raadsheren P.C. Kop, O. de Savornin Lohman en F.B. Bakels en in het openbaar uitgesproken door E.J. Numann op 4 april 2008.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de afwijzing van het verzoek tot omgangs- en informatieregeling.

Uitspraak

4 april 2008
Eerste Kamer
Rek.nr. R07/092HR
JMH/AG
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[De vader],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. M.L. Kleyn,
t e g e n
STICHTING BUREAU JEUGDZORG NOORD-BRABANT,
gevestigd te Eindhoven,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. S.M. Kingma.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de vader en de stichting.
1. Het geding in feitelijke instanties
Met een op 6 april 2006 ter griffie van de rechtbank Breda ingekomen verzoekschrift heeft de vader zich gewend tot die rechtbank en verzocht een omgangsregeling tussen hem en zijn dochter [dochter], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1993 uit het huwelijk van de vader met [de moeder], hierna de dochter, te bepalen dat de stichting, die met de voogdij is belast van deze minderjarige na ontzetting van de ouders uit het ouderlijk gezag, hem inzage geeft in alle stukken aangaande deze minderjarige en voorts te bepalen dat de stichting viermaal per jaar een recente foto aan hem doet toekomen.
De stichting heeft het verzoek bestreden en de raad voor de kinderbescherming heeft zich bij het verweer van de stichting aangesloten.
De rechtbank heeft bij beschikking van 16 augustus 2006 het verzoek afgewezen.
Tegen deze beschikking heeft de vader hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch.
Bij beschikking van 8 februari 2007 heeft het hof voormelde beschikking van de rechtbank bekrachtigd.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof heeft de vader beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De stichting heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L.A.D. Keus strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren P.C. Kop, als voorzitter, O. de Savornin Lohman en F.B. Bakels, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 4 april 2008.