ECLI:NL:PHR:2008:BC3346
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Ontzegging omgangs- en informatieregeling aan niet met gezag belaste ouder bevestigd
De zaak betreft een verzoek van de vader tot vaststelling van een omgangsregeling met zijn minderjarige dochter, die sinds ontzetting uit het gezag bij pleegouders verblijft. De rechtbank en het hof hebben het verzoek afgewezen omdat omgang met de vader een ernstig nadeel voor de geestelijke ontwikkeling van het kind zou opleveren. De dochter wenst voorlopig alleen contact via briefjes en foto's.
De vader stelde in cassatie dat de rechtbank en het hof onvoldoende onderzoek hadden gedaan naar de feiten en dat de stichting onvoldoende informatie verstrekte. Ook betoogde hij dat het hof onvoldoende gemotiveerd had waarom het contact niet hersteld kon worden en dat hij recht had op inzage in stukken en foto's.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof terecht heeft geoordeeld dat omgang op dit moment in strijd is met zwaarwegende belangen van het kind en dat het hof voldoende rekening heeft gehouden met de stukken en de zitting. Ook is het oordeel dat de stichting de vader afdoende informeert niet onbegrijpelijk. De klachten van de vader leiden niet tot cassatie, zodat het hofvonnis wordt bekrachtigd.
Uitkomst: Het hofvonnis wordt bekrachtigd en het verzoek van de vader tot omgang en inzage wordt afgewezen.