ECLI:NL:HR:2008:BC4061
Hoge Raad
- Cassatie
- D.H. Beukenhorst
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- A. Hammerstein
- F.B. Bakels
- W.D.H. Asser
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Afgewezen vordering tuinbouwbedrijf wegens onrechtmatige hinder door stofoverlast
Eisers, een tuinbouwbedrijf en aanverwante partijen, vorderden schadevergoeding van een afvalverwerkingsbedrijf wegens schade veroorzaakt door stof die overwaaide naar hun percelen en kassen. De rechtbank wees de vordering af, wat in hoger beroep werd bekrachtigd door het gerechtshof. De eisers stelden cassatie in tegen deze uitspraken.
De Hoge Raad oordeelde dat de klachten van eisers niet tot cassatie konden leiden en wees het beroep af. Het relativiteitsvereiste uit artikel 81 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie speelde een rol bij de beoordeling, waarbij werd vastgesteld dat de vordering niet toewijsbaar was.
De Hoge Raad veroordeelde de eisers in de kosten van het geding in cassatie en bevestigde daarmee de eerdere afwijzing van hun vordering tot schadevergoeding wegens onrechtmatige hinder door stofoverlast.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst het cassatieberoep af en bevestigt de afwijzing van de vordering tot schadevergoeding wegens onrechtmatige hinder.