ECLI:NL:PHR:2008:BC4061
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tuinbouwbedrijf wegens onrechtmatige hinder door stof van afvalverwerkingsbedrijf
De zaak betreft een geschil tussen een tuinbouwbedrijf en een afvalverwerkingsbedrijf over schade veroorzaakt door stof dat van het perceel van het afvalverwerkingsbedrijf naar de kassen van het tuinbouwbedrijf overwaaide. Het tuinbouwbedrijf vorderde schadevergoeding wegens onrechtmatige hinder en overtreding van vergunningvoorschriften op grond van de Afvalstoffenwet en het bestemmingsplan.
De rechtbank wees de vordering af, stellende dat het afvalverwerkingsbedrijf niet onrechtmatig had gehandeld. Het hof bevestigde dit oordeel en stelde vast dat de hinder en schade substantieel waren, maar dat deze hinder inherent was aan de bedrijfsactiviteiten en dat het tuinbouwbedrijf met kennis van zaken naast het afvalverwerkingsbedrijf was gaan uitbreiden. Tevens was onvoldoende onderbouwd dat het afvalverwerkingsbedrijf de stofoverlast had kunnen verminderen door andere maatregelen.
De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het hof. De relativiteitsvereiste van art. 6:163 BW Pro werd toegepast, waarbij werd geoordeeld dat de vergunningvoorschriften en het bestemmingsplan niet zonder meer bescherming bieden aan het tuinbouwbedrijf in deze situatie. Ook werd benadrukt dat hinder die moet worden geduld niet leidt tot aansprakelijkheid. De vordering werd daarom afgewezen.
Uitkomst: De vordering tot schadevergoeding wegens onrechtmatige hinder door stof is afgewezen.