ECLI:NL:HR:2008:BC4459
Hoge Raad
- Cassatie
- W.J.M. Davids
- A.J.A. van Dorst
- B.C. de Savornin Lohman
- J. de Hullu
- W.M.E. Thomassen
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt verwerping beroep op noodweerexces bij disproportionele doodslag na aanranding
De zaak betreft een verdachte die werd veroordeeld voor doodslag nadat hij een bejaarde man met een zware vaas op het hoofd sloeg, waarbij het slachtoffer later overleed. Verdachte stelde dat hij handelde uit noodweerexces, omdat hij door de aanranding hevige pijn voelde en daardoor buiten zichzelf raakte.
Het hof oordeelde dat hoewel sprake was van een ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding, de reactie van verdachte disproportioneel was en niet aan de vereisten van subsidiariteit voldeed. Het hof verwierp daarom het beroep op noodweer en noodweerexces.
De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en stelde dat overschrijding van noodzakelijke verdediging niet strafbaar is indien het onmiddellijk gevolg is van een hevige gemoedsbeweging door de aanranding veroorzaakt. Echter, in deze zaak was de reactie van verdachte te disproportioneel om als noodweerexces te gelden.
Het cassatieberoep werd verworpen, waarmee de veroordeling tot acht jaar gevangenisstraf gehandhaafd bleef. De Hoge Raad achtte het oordeel van het hof niet onbegrijpelijk of onjuist van rechtsopvatting.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de veroordeling tot acht jaar gevangenisstraf wegens disproportionele doodslag na aanranding.