ECLI:NL:HR:2008:BC4492

Hoge Raad

Datum uitspraak
14 maart 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
C06/314HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt afwijzing vordering wegens toerekenbare tekortkoming in koopovereenkomst

Eiseres heeft verweerster gedagvaard wegens toerekenbare tekortkoming in een koopovereenkomst en vorderde betaling van een bedrag en schadevergoeding. De rechtbank wees de vorderingen toe, maar het gerechtshof vernietigde deze vonnissen en wees de vorderingen af. Eiseres stelde daarop cassatieberoep in bij de Hoge Raad.

De Hoge Raad oordeelt dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie kunnen leiden en dat geen nadere motivering nodig is omdat de klachten geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling oproepen. Het cassatieberoep wordt verworpen en eiseres wordt veroordeeld in de kosten van het geding.

Deze uitspraak bevestigt de afwijzing van de vorderingen wegens toerekenbare tekortkoming en benadrukt de terughoudendheid van de Hoge Raad bij het aannemen van cassatiegronden die geen wezenlijke rechtsvragen bevatten.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de vorderingen worden afgewezen.

Uitspraak

14 maart 2008
Eerste Kamer
Nr. C06/314HR
MK/AG
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiseres],
gevestigd te [vestigingsplaats],
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. P. Garretsen,
t e g e n
[Verweerster],
gevestigd te [vestigingsplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. M. Ynzonides.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiseres] en [verweerster].
1. Het geding in feitelijke instanties
[Eiseres] heeft bij exploot van 25 november 1999 [verweerster] gedagvaard voor de rechtbank 's-Gravenhage en gevorderd, kort gezegd, te verklaren voor recht dat [verweerster] jegens [eiseres] toerekenbaar is tekortgeschoten, [verweerster] te veroordelen aan [eiseres] te betalen een bedrag van ƒ 38.187,50 en [verweerster] te veroordelen tot betaling van schadevergoeding, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, een en ander met rente en kosten.
[Verweerster] heeft de vordering bestreden.
De rechtbank heeft, na tussenvonnissen van 12 juli 2000, 1 augustus 2001 en 11 september 2002 te hebben uitgesproken, bij eindvonnis van 13 november 2002 de vorderingen toegewezen.
Tegen dit eindvonnis heeft [verweerster] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Gravenhage. [Eiseres] heeft incidenteel hoger beroep ingesteld.
Na een tussenarrest van 23 november 2005 heeft het hof bij eindarrest van 31 mei 2006 de vonnissen van de rechtbank van 1 augustus 2001, 11 september 2002 en 13 november 2002 vernietigd en de vorderingen alsnog afgewezen.
Het tussenarrest en het eindarrest van het hof zijn aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen deze arresten van het hof heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
[Verweerster] heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal D.W.F. Verkade strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op € 646,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren P.C. Kop, als voorzitter, O. de Savornin Lohman en F.B. Bakels, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 14 maart 2008.