ECLI:NL:HR:2008:BC7413
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- J.P. Balkema
- J.W. Ilsink
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest wegens onvoldoende bewijs op grond van één getuigenverklaring
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam waarin verdachte werd veroordeeld voor meerdere feiten, waaronder het onder 5 tenlastegelegde feit van diefstal met geweld en bedreiging. Dit feit hield in dat verdachte op 9 april 2004 te Amsterdam een benadeelde partij met geweld en bedreiging dwong tot afgifte van een tas met huissleutels en een mobiele telefoon wegnam.
De bewezenverklaring voor dit feit steunde uitsluitend op de verklaring van één getuige, namelijk de benadeelde partij zelf, zoals vastgelegd in het proces-verbaal van politie. De Hoge Raad overweegt dat op grond van art. 342 lid 2 Sv Pro het bewijs niet uitsluitend op één getuigenverklaring mag worden gebaseerd.
Daarom oordeelt de Hoge Raad dat de bewezenverklaring voor het onder 5 tenlastegelegde feit ontoereikend is gemotiveerd en vernietigt het arrest van het hof voor zover dit betreft. De zaak wordt terugverwezen naar het hof Amsterdam voor hernieuwde berechting van dat feit. Voor het overige wordt het cassatieberoep verworpen.
De Hoge Raad bevestigt hiermee het belang van een degelijke bewijsvoering en de eis dat bewijs niet uitsluitend mag steunen op één getuigenverklaring, ter bescherming van de verdachte tegen een onrechtvaardige veroordeling.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd voor het onder 5 tenlastegelegde feit en terugverwezen voor hernieuwde berechting.