ECLI:NL:PHR:2010:BK2094
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Toepassing en uitleg van de 'unus testis' regel bij bewezenverklaring op basis van één getuigenverklaring
Deze zaak betreft de beoordeling van de bewijsregel uit artikel 342, lid 2 Sv, ook wel de 'unus testis, nullus testis'-regel, die inhoudt dat een bewezenverklaring niet uitsluitend mag steunen op de verklaring van één getuige zonder voldoende aanvullend bewijs. De verdachte werd door het hof veroordeeld voor bedreiging met een mes, mishandeling en het handelen in strijd met de Wet wapens en munitie. In cassatie werd aangevoerd dat de bewezenverklaring onvoldoende was onderbouwd omdat zij alleen steunde op de aangifte van één getuige.
De Hoge Raad analyseert de jurisprudentie rond deze regel en constateert dat de eis van aanvullend bewijs niet strikt inhoudt dat het tweede bewijsmiddel de getuigenverklaring moet bevestigen, maar dat het uit een onafhankelijke bron moet komen en voldoende steun moet bieden. In de zaak is het steunbewijs onder meer de vondst van een zakmes bij de verdachte kort na de aangifte, hetgeen strookt met de verklaring van de aangever.
Hoewel het zakmesbezit door de verdachte werd erkend, was het feit dat hij het mes niet aan anderen had getoond en de omstandigheden van zijn aanwezigheid in het asielzoekerscentrum ’s nachts relevant voor de bewijswaardering. De Hoge Raad oordeelt dat het hof de bewijsconstructie begrijpelijk heeft gemotiveerd en dat de bewezenverklaring aan de wettelijke eis voldoet. Het cassatieberoep wordt afgewezen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de bewezenverklaring voldoende steunbewijs bevat en wijst het cassatieberoep af.