ECLI:NL:PHR:2008:BF1873
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep tegen tussenarrest in verdeling huwelijksgoederengemeenschap
Deze zaak betreft de afwikkeling van de verdeling van de ontbonden huwelijksgoederengemeenschap tussen partijen. De vrouw heeft de man gedagvaard om de verdeling vast te stellen op haar voorgestelde wijze, waarop de man verweer heeft gevoerd. De rechtbank Alkmaar heeft bij tussenvonnis een comparitie na antwoord gelast en het tussenvonnis op 17 mei 2006 gewezen, waarbij hoger beroep tegen het tussenvonnis werd toegestaan om proceseconomie te bevorderen.
Het gerechtshof Amsterdam heeft bij arrest van 8 februari 2007 het tussenvonnis van de rechtbank bekrachtigd zonder tussentijds cassatieberoep open te stellen en verwees de zaak terug naar de rechtbank voor een eindbeslissing. De man kwam tegen dit arrest in cassatie, terwijl tegen de vrouw verstek was verleend.
De Hoge Raad oordeelt dat het arrest van het hof als een tussenarrest moet worden beschouwd, omdat het hof geen uitdrukkelijk eindbesluit heeft genomen over enig deel van de vordering. Volgens artikel 401a lid 2 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is cassatieberoep tegen een tussenarrest slechts mogelijk gelijktijdig met cassatieberoep tegen het eindarrest. Omdat het hof geen openstelling van tussentijds cassatieberoep heeft verleend en de uitzonderingen niet van toepassing zijn, is het cassatieberoep van de man niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de man is niet-ontvankelijk verklaard wegens het verbod op tussentijds cassatieberoep tegen het tussenarrest.