ECLI:NL:HR:2008:BC8791
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- J.C. van Oven
- C.A. Streefkerk
- W.D.H. Asser
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Werkgeversverhaal op werknemers van verkeersboetes bij uitvoering werkzaamheden
De zaak betreft de vraag of een werkgever verkeersboetes, opgelegd aan hem als kentekenhouder voor overtredingen begaan door werknemers tijdens werkzaamheden, op die werknemers kan verhalen. FNV en een werknemer vorderden dat TPG Post dit niet mocht en dat onterecht verhaalde boetes moesten worden terugbetaald.
De rechtbank wees de meeste vorderingen af, maar kende een deel toe. Het hof verklaarde dat TPG niet gerechtigd was de boetes te verhalen, behalve bij opzet of bewuste roekeloosheid, en veroordeelde TPG tot terugbetaling van onterecht verhaalde boetes.
De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof en het vonnis van de rechtbank en wees de vorderingen af. De Hoge Raad overwoog dat de wetgever met de WAHV niet beoogde dat werkgevers de boetes zelf moeten dragen, maar dat zij deze kunnen verhalen op de werknemer. Alleen bij opzet of bewuste roekeloosheid kan verhaal worden uitgesloten.
De Hoge Raad benadrukte dat de risicoaansprakelijkheid van de kentekenhouder niet betekent dat de werkgever de boetes zonder meer moet dragen, en dat het onderscheid tussen boetes aan werkgever en werknemer niet tot onredelijke verschillen mag leiden. De kosten van de procedure werden gecompenseerd zodat elke partij de eigen kosten draagt.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst de vorderingen af en bevestigt dat werkgevers verkeersboetes als kentekenhouder mogen verhalen op werknemers, behoudens bij opzet of bewuste roekeloosheid.