ECLI:NL:HR:2008:BC9196
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- J.W. Ilsink
- W.M.E. Thomassen
- Rechtspraak.nl
Giraal geld op derdenrekening vatbaar voor verbeurdverklaring volgens art. 33a Sr
In deze strafzaak werd verdachte veroordeeld voor deelname aan een criminele organisatie en verbeurdverklaring van een bedrag van €43.000,- dat hij via een strafbaar feit had verkregen en had gestort op de derdenrekening van zijn voormalige raadsman. Het hof oordeelde dat dit girale geld aan verdachte toebehoorde en vatbaar was voor verbeurdverklaring.
Verdachte stelde in cassatie dat het geld op de derdenrekening niet vatbaar was voor verbeurdverklaring, maar de Hoge Raad verwierp dit verweer. De Hoge Raad bevestigde dat het geld, ondanks dat het op een derdenrekening stond, als aan verdachte toebehorend moet worden beschouwd en derhalve onder art. 33a Sr valt.
Daarnaast constateerde de Hoge Raad een overschrijding van de redelijke termijn in de cassatiefase, waardoor de taakstraf werd verminderd van 180 naar 162 uren, subsidiair 81 dagen hechtenis. Het beroep werd voor het overige verworpen en de bestreden uitspraak werd bevestigd met deze aanpassing.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de verbeurdverklaring van €43.000,- en vermindert de taakstraf tot 162 uren wegens overschrijding van de redelijke termijn.