ECLI:NL:HR:2008:BC9414
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- A.J.A. van Dorst
- W.M.E. Thomassen
- Rechtspraak.nl
Ontzegging rijbevoegdheid eigenaar motorrijtuig bij onbekende bestuurder snelheidsovertreding
De zaak betreft een snelheidsovertreding op 25 maart 2005 waarbij een onbekende bestuurder van een motorfiets met kenteken [AA-BB-00] buiten de bebouwde kom te Losser met ongeveer 149 km/u reed, terwijl de toegestane maximumsnelheid 80 km/u bedroeg. De verdachte was eigenaar of houder van het voertuig.
Het Gerechtshof Arnhem heeft de verdachte veroordeeld voor overtreding van artikel 21 van Pro het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 en hem een geldboete opgelegd, met daarnaast een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor vier maanden. De verdachte stelde cassatieberoep in tegen deze ontzegging, omdat niet kon worden vastgesteld dat hij zelf bestuurder was.
De Hoge Raad oordeelde dat op grond van artikel 181, eerste lid, Wegenverkeerswet 1994, de eigenaar of houder van een motorrijtuig de bijkomende straf van ontzegging van de rijbevoegdheid kan worden opgelegd indien het feit is begaan door een bij ontdekking onbekende bestuurder. De Hoge Raad verwierp het cassatiemiddel en bevestigde de uitspraak van het hof.
De uitspraak verduidelijkt de strafrechtelijke positie van eigenaren bij snelheidsovertredingen door onbekende bestuurders en bevestigt de mogelijkheid tot ontzegging van de rijbevoegdheid in dergelijke gevallen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de ontzegging van de rijbevoegdheid van de eigenaar van het motorrijtuig ondanks onbekende bestuurder.