ECLI:NL:HR:2008:BD1384
Hoge Raad
- Cassatie
- P.C. Kop
- F.B. Bakels
- W.D.H. Asser
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Vernietiging machtiging voortgezet verblijf bij voorwaardelijk ontslag psychiatrisch ziekenhuis
Betrokkene, lijdend aan schizofrenie en middelengebruik, was met een voorlopige machtiging opgenomen in een psychiatrisch ziekenhuis en werd op 23 oktober 2007 voorwaardelijk ontslagen. De officier van justitie verzocht vervolgens om een machtiging tot voortgezet verblijf, welke door de rechtbank Alkmaar werd verleend voor de periode van 1 februari tot 1 augustus 2008.
De rechtbank oordeelde dat aan de wettelijke vereisten was voldaan en stelde dat het gevaar niet buiten het ziekenhuis kon worden afgewend, maar wel door het naleven van voorwaarden. Betrokkene had echter aangegeven deze voorwaarden niet langer te zullen naleven en het behandelplan niet te ondertekenen, waardoor een voorwaardelijke machtiging volgens de rechtbank geen alternatief was voor opname.
De Hoge Raad stelde vast dat betrokkene sinds zijn voorwaardelijk ontslag thuis verbleef en niet meer in het ziekenhuis, waardoor de machtiging tot voortgezet verblijf niet kon worden verleend. De rechtbank had hiermee een niet-toelaatbare 'paraplumachtiging' verleend. De zaak werd vernietigd en verwezen naar de rechtbank voor verdere behandeling en een passende beslissing, waarbij een voorlopige machtiging mogelijk passender was.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de machtiging tot voortgezet verblijf en verwijst de zaak terug naar de rechtbank voor verdere behandeling.