ECLI:NL:HR:2008:BD1390

Hoge Raad

Datum uitspraak
13 juni 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
C07/050HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
2 uitgaand · 3 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt afwijzing hoger beroep in civiele zaak over herstel dakgebreken en schadevergoeding

Eiser heeft Woodex gedagvaard wegens gebreken aan het dak van zijn woonhuis en vorderde herstel op kosten van Woodex en diverse schadevergoedingen. De rechtbank wees de vorderingen af. Eiser stelde hoger beroep in, dat door het hof grotendeels werd afgewezen en eiser niet-ontvankelijk werd verklaard in een deel van het hoger beroep.

Eiser stelde vervolgens cassatieberoep in tegen het arrest van het hof. De Advocaat-Generaal adviseerde het cassatieberoep te verwerpen en het beroep niet-ontvankelijk te verklaren voor zover het was gericht tegen een tussenarrest. De Hoge Raad volgde dit advies en verwierp het cassatieberoep zonder nadere motivering, omdat de klachten niet tot cassatie konden leiden en geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren.

De Hoge Raad bevestigde daarmee het oordeel van het hof en veroordeelde eiser in de kosten van het geding in cassatie. Tegen Woodex werd verstek verleend. De uitspraak werd gedaan door een kamer van vijf raadsheren, onder voorzitterschap van vice-president Fleers.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt het arrest van het hof, waarbij eiser in de proceskosten wordt veroordeeld.

Uitspraak

13 juni 2008
Eerste Kamer
Nr. C07/050HR
EV/EE
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
1. [Eiser 1],
2. [Eiseres 2],
beiden wonende te [woonplaats],
EISERS tot cassatie,
advocaat: mr. H.J.W. Alt,
t e g e n
WOODEX B.V.,
gevestigd te Roermond,
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en Woodex.
1. Het geding in feitelijke instanties
[Eiser] heeft bij exploot van 16 juli 2002 Woodex gedagvaard voor de rechtbank te Roermond en gevorderd, kort gezegd, primair dat de rechtbank hem zal machtigen om op kosten van Woodex de gebreken aan het dak van het woonhuis van [eiser] te laten herstellen door een derde en Woodex zal veroordelen terzake schadevergoeding te voldoen aan [eiser] bedragen van € 1.187,62, € 550,80 en € 1.401,25 en subsidiair Woodex zal veroordelen terzake toerekenbare tekortkoming te voldoen aan [eiser] het bedrag van € 26.431,07 te vermeerderen met rente en kosten.
Woodex heeft, na daartoe verlof van de rechtbank te hebben gekregen, [betrokkene 1] in vrijwaring opgeroepen.
De rechtbank heeft bij tussenvonnis van 9 april 2003 een comparitie van partijen gelast. Bij eindvonnis van 30 juli 2003 heeft de rechtbank de vorderingen van [eiser] afgewezen.
Tegen het eindvonnis heeft [eiser] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch. Woodex heeft het hoger beroep bestreden en voorwaardelijk incidenteel hoger beroep ingesteld.
Het hof heeft bij tussenarrest van 27 september 2005 een comparitie van partijen gelast en bij tussenarrest van 14 maart 2006 zowel [eiser] als Woodex toegelaten tot bewijslevering.
Bij eindarrest van 31 oktober 2006 heeft het hof [eiser] niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep in de vrijwaringzaak tussen Woodex en [betrokkene 1] en het eindvonnis van de rechtbank met verbetering van gronden bekrachtigd.
De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de arresten van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen Woodex is verstek verleend.
De zaak is voor [eiser] toegelicht door zijn advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Wuisman strekt tot niet-ontvankelijkheid van het cassatieberoep, voor zover gericht tegen het tussenarrest van 27 september 2005, en voor het overige tot verwerping van het cassatieberoep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Woodex begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.B. Fleers als voorzitter en de raadsheren P.C. Kop, E.J. Numann, J.C. van Oven en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 13 juni 2008.