ECLI:NL:HR:2008:BD3124
Hoge Raad
- Cassatie
- D.H. Beukenhorst
- E.J. Numann
- J.C. van Oven
- C.A. Streefkerk
- W.D.H. Asser
- Rechtspraak.nl
Vergoeding schade door grondwateronttrekking en wettelijke rente volgens Grondwaterwet
De zaak betreft een vordering van eiser tegen Vitens N.V. tot vergoeding van schade geleden door grondwateronttrekking in de jaren 2001 tot en met 2003. De rechtbank stelde de schade vast conform het rapport van de Commissie van Deskundigen (CDG) op grond van de Grondwaterwet en wees de vordering tot wettelijke rente grotendeels af.
Het gerechtshof vernietigde dit vonnis voor zover het de wettelijke rente betrof en veroordeelde Vitens tot betaling van wettelijke rente vanaf 19 mei 2004, de datum waarop eiser de rente had aangezegd. Eiser stelde cassatieberoep in tegen dit arrest.
De Hoge Raad oordeelde dat op de verbintenis tot schadevergoeding de artikelen 6:119 en 6:83 BW van toepassing zijn en dat de rentevergoeding volgens het rapport van de CDG billijk is aan te zetten vanaf 1 januari van het jaar volgend op het jaar waarin de schade is ontstaan. De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof voor zover het 19 mei 2004 als ingangsdatum bepaalde en stelde de ingangsdatum van de wettelijke rente vast op 1 januari volgend op het jaar van schade. Tevens veroordeelde de Hoge Raad Vitens in de kosten van het cassatiegeding.
Uitkomst: Wettelijke rente over schadevergoeding door grondwateronttrekking begint te lopen vanaf 1 januari volgend op het jaar van schade.