ECLI:NL:HR:2008:BD3430
Hoge Raad
- Herziening
- G.J.M. Corstens
- W.A.M. van Schendel
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herzieningsverzoek wegens onverzekerd rijden ondanks vernietiging voertuigen
De aanvrager verzocht de Hoge Raad om herziening van twee uitspraken van de kantonrechter waarin hij was veroordeeld wegens het niet verzekeren van motorrijtuigen. De aanvrager stelde dat de voertuigen niet meer aan het verkeer deelnamen omdat deze in Frankrijk waren vernietigd, hetgeen volgens hem de verzekeringsplicht zou doen vervallen.
De Hoge Raad oordeelde dat van het feit dat de voertuigen niet meer werden gebruikt, niet zonder meer kan worden geconcludeerd dat de verzekeringsplicht vervalt. De rechter was bovendien reeds op de hoogte van de vernietiging van de voertuigen, zoals blijkt uit correspondentie met de RDW. Daarnaast is de verzekeringsplicht niet automatisch opgeheven zonder dat de eigenaar of houder zelf een aanvraag tot schorsing van het kentekenbewijs indient.
De omstandigheden dat de aanvrager de Nederlandse taal niet goed machtig is en dat Frankrijk Nederland niet informeerde over de vernietiging van de voertuigen, veranderen hieraan niets. De Hoge Raad concludeerde dat de aangevoerde omstandigheden niet het ernstig vermoeden wekken dat de veroordelingen onterecht waren en wees het herzieningsverzoek af.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst het herzieningsverzoek af en bevestigt de veroordelingen wegens het niet verzekeren van motorrijtuigen.