ECLI:NL:HR:2008:BD5059
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J.M. Corstens
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad besluit heropening en schorsing van onderzoek in uitleveringszaak Macedonië
De zaak betreft een verzoek tot uitlevering van een persoon aan de Republiek Macedonië. De Rechtbank Utrecht had eerder de uitlevering ontoelaatbaar verklaard, maar de Hoge Raad vernietigde dat vonnis en beval de persoonlijke verschijning van de opgeëiste persoon voor een zitting. De opgeëiste persoon verscheen echter niet op de zitting van 10 juni 2008, waarop de advocaat namens hem sprak.
De Advocaat-Generaal stelde dat de Officier van Justitie niet-ontvankelijk verklaard moest worden in de vordering tot behandeling van het uitleveringsverzoek. De Hoge Raad overwoog dat het niet verschijnen en het ontslag uit detentie onvoldoende bewijs zijn dat de opgeëiste persoon zich niet in Nederland bevindt.
Daarom werd het onderzoek heropend en geschorst om de Advocaat-Generaal in de gelegenheid te stellen nader onderzoek te verrichten en zijn standpunt over de toelaatbaarheid van de uitlevering te geven. Tevens werd bevolen dat de opgeëiste persoon persoonlijk zal verschijnen op een volgende zitting, met medebrenging.
Uitkomst: Het onderzoek wordt heropend en geschorst, met opdracht aan de Advocaat-Generaal nader onderzoek te doen en de opgeëiste persoon persoonlijk te doen verschijnen.