ECLI:NL:HR:2008:BD5471
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- C. Schaap
- A.H.T. Heisterkamp
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ontbreken overgangsregeling eigenwoningregeling Wet IB 2001 en artikel 1 Eerste Protocol EVRM
Belanghebbende verwierf in 1998 een woning met voorbehouden vruchtgebruik voor zijn ouders en sloot een hypothecaire geldlening af. Tot en met 2000 kon hij de betaalde hypotheekrente aftrekken van zijn inkomen. Met de inwerkingtreding van de Wet IB 2001 per 1 januari 2001 werd de eigenwoningregeling gewijzigd, waarbij alleen de woning die als hoofdverblijf wordt gebruikt nog als eigen woning geldt. Er werd geen overgangsregeling getroffen voor leningen afgesloten vóór 2001.
Belanghebbende betaalde in 2001 hypotheekrente die niet meer aftrekbaar was en kreeg daarvoor een aanslag inkomstenbelasting opgelegd. Na bezwaar en beroep bij het hof werd het beroep ongegrond verklaard. Belanghebbende stelde cassatie in en voerde aan dat het ontbreken van een overgangsregeling een schending van artikel 1 Eerste Pro Protocol EVRM inhoudt.
De Hoge Raad overwoog dat bij belastingmaatregelen een ruime beoordelingsvrijheid ('wide margin of appreciation') geldt voor de wetgever. Het hof had terecht geoordeeld dat de wetgever deze marge niet had overschreden en dat het ontbreken van een overgangsregeling niet leidde tot een individuele en buitensporige last voor belanghebbende. Het cassatieberoep werd ongegrond verklaard en er werden geen proceskosten opgelegd.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard; het ontbreken van een overgangsregeling is geen schending van artikel 1 Eerste Protocol EVRM.